Thema artikel

6 vragen over

Pandemische Paraatheid

Met de COVID-19 pandemie die steeds verder in het achterhoofd raakt, is het juist zaak om goed voorbereid te zijn op een volgende crisis die grote impact heeft op de volksgezondheid. Hoe daar al aan gewerkt wordt in deze zogenoemde ‘koude fase’ en wat er nog nodig is, daar geven prof. dr. Marijn de Bruin (Radboud MC en RIVM), en ZonMw-programmamanagers Linda van Nierop en Fábio Serafim met 6 vragen antwoord op.

Tekst: Pieter van Meghelen¦ Beeld: Curve Mags & More

Thema artikel

6 vragen over

Pandemische Paraatheid

Met de COVID-19 pandemie die steeds verder in het achterhoofd raakt, is het juist zaak om goed voorbereid te zijn op een volgende crisis die grote impact heeft op de volksgezondheid. Hoe daar al aan gewerkt wordt in deze zogenoemde ‘koude fase’ en wat er nog nodig is, daar geven prof. dr. Marijn de Bruin (Radboud MC en RIVM), en ZonMw-programmamanagers Linda van Nierop en Fábio Serafim met 6 vragen antwoord op.

Tekst: Pieter van Meghelen¦ Beeld: Curve Mags & More

1

Wat verstaan we onder pandemische paraatheid?

‘Goed voorbereid zijn op een pandemie of andere crisis raakt alle lagen van de samenleving’, zegt gedragswetenschapper prof. dr. Marijn de Bruin (Radboudumc en RIVM). Hij is coördinator van het BePrepared-consortium, dat zich bezighoudt met gedrags- en sociaalwetenschappelijk onderzoek rondom pandemische paraatheid. ‘Pandemische paraatheid is een zaak van de inwoners van Nederland, het maatschappelijk middenveld, sectoren zoals onderwijs en zorg, kennisinstellingen, politici en beleidsmakers. Zij moeten elkaar vertrouwen en goed met elkaar communiceren. Daarbij is het belangrijk als ze een gedeeld begrip hebben van de verspreiding van infectieziekten en de gevolgen van ontbreken van beschermende maatregelen bij een specifieke uitbraak. Maar ook hoe iedere zichzelf en elkaar daartegen kan beschermen. Wat kan bijdragen aan een groter vertrouwen in de innovatieve vaccins is een gemeenschappelijke kennisbasis over hoe het immuunsysteem werkt, hoe vaccins werken, en wat de ontwikkelingen voor nieuwe vaccins zijn. Dit zijn een aantal belangrijke randvoorwaarden.’

‘Voor pandemische paraatheid is het goed als partijen samen de meest waarschijnlijke uitbraakscenario’s hebben doordacht. Daar horen ook maatregelen bij die haalbaar, acceptabel en effectief kunnen zijn om de maatschappelijke impact van een pandemie zoveel mogelijk in te perken. En natuurlijk hebben we ook actuele kennis over gedrag en maatschappelijke indicatoren nodig én modellen om effecten van beleid te voorspellen. Samen met en goede organisatiestructuur is het mogelijk om, op basis van deze kennis, de overheid tijdens een crisis te adviseren. Het Maatschappelijk Impact Team bepleit dit ook in haar advies ‘Samen paraat voor de volgende pandemie’. Er lopen veel verschillende onderzoeken om onderdelen hiervan verder in beeld brengen, onder andere in binnen het door ZonMw gefinancierde BePrepared-consortium. Dit alles vraagt wel om doorlopende investeringen in onderzoek en de implementatie daarvan, ook als de herinnering aan COVID-19 is weggezakt.’

2

Hoe paraat zijn we in Nederland? In hoeverre is dat verbeterd na COVID-19?

‘Ik vind het moeilijk om concreet aan te geven hoe goed we voorbereid zijn. Paraatheid omvat zoveel verschillende aspecten, zowel vanuit een maatschappelijk perspectief als vanuit de medisch-epidemiologische kant. Maar ik denk dat er nog heel wat werk te verzetten is op het gebied van de gedrags- en sociaal-maatschappelijke aspecten.  Als ik dan kijk naar wat we nu hebben, dan is er nog maar een bescheiden vooruitgang geboekt ten opzichte van de situatie voor COVID-19. Vergeet niet: als er een crisis is, moet je in een paar etmalen adviezen geven met mogelijk een enorme impact op de samenleving. Alles wat je nu kunt doen, zoals scenario’s maken, zorgt dat die adviezen goed onderbouwd en uitvoerbaar zijn. En dat, is dan van grote waarde.’ 

2

3

Hoe kunnen we de paraatheid verder vergroten?

‘Uit het onderzoek van het BePrepared-consortium komen 4 belangrijke zaken naar voren. Allereerst het investeren in veerkracht van mensen en gemeenschappen. Dit maakt dat de samenleving flexibeler om kan gaan met grote gebeurtenissen zoals een pandemie. Gevolgd door het versterken van de rol van het maatschappelijk middenveld daarin, door een betere benutting van interventies om mensen te informeren en ondersteunen bij gedragsverandering. Ook de ontwikkeling van modellen, waarin gedrags- en maatschappelijke effecten worden meegenomen, is nodig. Dit helpt om goede adviezen voor beleidskeuzes te formuleren. En ten slotte is het belangrijk gebleken om deze kennis effectiever om te zetten in handelingsperspectieven voor beleidsmakers en op het juiste moment op de juiste beleidstafel te krijgen.

De grote uitdaging van pandemische paraatheid is dat uitbraken en pandemieën gelukkig zeldzaam zijn. Het is daarom van belang dat onderzoekers doorlopend blijven werken aan de gedrags- en sociaalwetenschappelijke kant bij uitbraken van infectieziekten.

Een structurele investering in onderzoek naar pandemische paraatheid, betekent een investering die zich mogelijk pas over geruime tijd terugbetaalt. We hebben tijdens de COVID-19- gezien hoe belangrijk het is om goed voorbereid te zijn en hoe snel de maatschappelijke en economische kosten oplopen.’

Zorg draaiende houden door regionale dataoplossingen

Op 26 maart 2025 plaatste ZonMw een subsidieoproep binnen het Programma Doorgang Reguliere Zorg Pandemische Paraatheid. Aanvragen voor subsidie richten zich op het creëren van betere regionale gegevensuitwisseling, zodat beschikbare medisch-specialistische zorg tijdens een pandemie of crisis zo goed mogelijk door kan gaan. Ook gaat het om data-uitwisseling om tijdig te signaleren dat de druk op deze zorg toeneemt. ‘Tijdens de COVID-19 pandemie zijn er vele gezonde levensjaren verloren gegaan doordat behandelingen werden uitgesteld, bijvoorbeeld bij mensen met kanker of hart- en vaatziekten’, zegt Lars ter Morsche, programmamanager Doorgang Reguliere Zorg Pandemische Paraatheid. ‘Het blijkt dat zorginstellingen vaak weinig inzicht hebben in de capaciteit en mogelijkheden van andere instellingen in de regio. Een van de manieren om de curatieve zorg op peil te houden tijdens een pandemie of crisis is zorgen dat die data op regionaal niveau het beter beschikbaar komen. Dit draagt bij aan een tijdige signalering van problemen en de optimale inzet van beschikbare capaciteit.’

4

Wat is er nodig om paraat te zijn voor een volgende crisis met grote impact op de volksgezondheid?

‘Het gaat om 4 randvoorwaarden: data, wetgeving, 'research readiness' en capaciteit. De eerste zorgt dat beleidsmakers beschikken over actuele data, waaronder surveillancedata. Hoe fijnmaziger en betrouwbaarder je weet wat er speelt, des te beter kun je daar je beleid op afstemmen’, zegt Linda van Luijken - van Nierop, senior programmamanager infectieziektebestrijding, Lyme en pandemische paraatheid bij ZonMw. ‘Daarvoor is het ook nodig dat de juridische randvoorwaarden op orde zijn, denk aan alle zorgvuldigheidseisen rond de privacy. Ten derde willen we zorgen dat er goede samenwerkingsverbanden en (onderzoeks)infrastructuren zijn, om te zorgen voor research readiness. Dat betekent dat onderzoekers in staat zijn om snel en goed onderzoek op te zetten in het ziekenhuis, in de publieke gezondheid en rond One Health; het geheel van mens, dier en milieu. Een vierde punt waar we aan werken is capaciteit. Er moeten voldoende mensen klaarstaan met de kennis en vaardigheden om de gevolgen van een pandemie of ramp aan te pakken. En om de reguliere zorg door te laten gaan [zie bovenstaand kader].’

‘We willen in de koude fase, nu er nog geen pandemie of ramp is, zorgen dat aan deze 4 randvoorwaarden wordt voldaan', zegt Fábio Serafim, programmamanager pandemische paraatheid bij ZonMw. ‘En we moeten in Nederland goed nadenken wat voor crisisbestuur gewenst is. Welke structuur is geschikt voor de moeilijke beslissingen tijdens een pandemie of crisis? Daar zijn deze 4 randvoorwaarden belangrijk bij. En een goed afwegingskader, waarin naast de medische aspecten ook de maatschappelijke kant wordt meegenomen.’ 

4

‘Internationale samenwerking is ontzettend belangrijk, want infecties stoppen niet bij landsgrenzen’

5

Hoe draagt ZonMw bij aan het vergroten van de benodigde kennis en samenwerking?

Het gaat om kennis over zowel het omgaan met de crisis zelf als voor het optimaal in stand houden van de reguliere zorg, zoals bijvoorbeeld infectieziekten bij mens en dier, zorgsystemen en maatschappelijke aspecten. Goedlopende samenwerkingsverbanden rond al deze thema’s maken het gemakkelijker om tijdens een crisis actuele data te blijven verzamelen. En de impact van een crisis is ook kleiner als de bevolking al gezond en weerbaar is.

Van Nierop: ‘Het begint al bij het signaleren van kennisbehoeftes, zowel in de rustige periode als tijdens een pandemie of andere crisis. ZonMw liet tijdens de COVID-19-pandemie zien nel te  kunnen schakelen naar programmeren en financieren van onderzoek. Zo konden we op korte  termijn bruikbare kennis helpen genereren. Nu, na de pandemie, werken we in verschillende programma’s aan bruikbare kennis over infectieziekten en pandemieën. Tegelijkertijd werkt ZonMw in de volle breedte aan veerkracht, weerbaarheid en gezondheid, ook mentale gezondheid.’ 

Serafim vult aan: ‘Internationale samenwerking is ook ontzettend belangrijk, want infecties stoppen niet bij landsgrenzen. We werken binnen Europa bijvoorbeeld aan het partnerschap voor pandemische paraatheid Be Ready en in het ERA4Health partnerschap. We doen ook mee in het THCS partnerschap, dat staat voor 'transforming health and care systems'. Dit internationale samenwerkingsverband richt zich op innovatie van zorgsystemen, zodat je bij een crisis werkt met een systeem met de beste en nieuwste mogelijkheden. Een goede data-infrastructuur is ook essentieel, net als goede risicocommunicatie en vertrouwensbasis. Het belang van goede communicatie is misschien wel de belangrijkste les uit de coronatijd.’ 

6

Wat zijn mooie voorbeelden van onderzoeksprojecten die van waarde zijn voor pandemische paraatheid?

Serafim: ‘Dat is moeilijk kiezen. Ik denk bijvoorbeeld aan een project uit ons kennisprogramma Pandemische paraatheid: Infodemische paraatheid door social listening van de Amsterdamse GGD. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO gebruikt de term ‘infodemie’ voor de overvloed aan informatie tijdens een ziekte-uitbraak. Inwoners worden overspoeld met een mengsel van bruikbare informatie en misleidende informatie. Met ‘social listening’ maak je inzichtelijk wat de informatiebehoeften zijn en welke informatiebronnen worden geraadpleegd. Met deze informatie kun je de herkomst van mis- en disinformatie beter in kaart brengen, zodat je daar gerichter actie op kunt ondernemen.
Ook bijzonder zijn 2 projecten op de Nederlandse Cariben, die ingaan op de lokale kwetsbaarheden en de kansen door regionale samenwerking. Eén van die projecten, CARE-SAFE, onderzoekt de timing van de griep- en RSV-vaccinaties in het Caribisch gebied, die nu nog steeds in dezelfde periode als in Nederland worden toegediend. Dit houdt onvoldoende rekening met het tropische klimaat en de seizoensgebonden verspreiding van deze virussen, die daar anders is dan in Nederland.’

‘Daarnaast komt er natuurlijk ook veel uit onze overige programma’s, zoals Infectieziektebestrijding’, vult Van Nierop aan. ‘Zo ontstond tijdens de COVID-19 pandemie door de lockdowns een onverwachte uitbraak van het RS-virus in de zomer. Daar is een project uit voortgekomen dat ziekenhuisopnamen vanwege RS-virus monitort. Het is van groot belang geweest bij de keuze voor een vaccinatie tegen dit virus. En soms kunnen we informatie uit verschillende projecten bij elkaar brengen, bijvoorbeeld de pagina op onze website over het belang van handen wassen in de zorg en daarbuiten. Dat is natuurlijk ook van groot belang, dat beschikbare kennis ook leidt tot daadwerkelijke impact in de praktijk.’ 

6

Arrow-prev Arrow-next