Als hoogleraar ouderenzorg voelde Bianca Buurman de drive om de zorg te verbeteren, in het bijzonder voor wie in de sector werkt. Na een jaar als chief nursing officer bij VWS werd ze voorzitter van V&VN, de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden. ‘De personeelskrapte is een enorme kans op meer invloed en mooier werk.’
Bianca Buurman heeft al 3 ‘omslagen’ gemaakt. Van oncologieverpleegkundige ging ze via onderzoeker/hoogleraar naar belangenbehartiger. Als ze daarover praat, lijken de stappen logisch. Voor haar is een functie niet zo zeer leidend als wel wat ze met haar werk wil bereiken. Anno 2025 is ze V&VN-voorzitter én hoogleraar Acute Ouderenzorg aan het Amsterdam UMC. Anders dan toen ze bij V&VN begon – tijdens de coronacrisis – lukt het nu goed om in die combinatie een evenwicht in te vinden. Ze kan de 2 functies combineren omdat ze in beide gevallen met sterke teams werkt. ‘Een voordeel van mijn onderzoeksfunctie is dat ik volgens het principe van team science werk, samen met 17 onderzoekers. Ik besteed mijn tijd met name aan collega’s verantwoordelijkheid geven en laten doorgroeien. Onze onderzoeken zijn praktijkgericht en gaan over vraagstukken waar zorgprofessionals mee te maken krijgen. Denk aan de zorg in de Wijkkliniek of ouderenzorg in de huisartsenpraktijk. De kennis die ik daar opdoe over ziekenhuizen, verpleeghuizen en de wijk kan ik bij V&VN goed gebruiken.’
Dat ze zich niet beperkt tot onderzoek heeft te maken met een innerlijke drijfveer, vertelt Buurman. ‘Eén van de onderzoeken die ik heb gedaan betreft de Wijkkliniek. Dit gaat over het verplaatsen van zorg in het ziekenhuis naar een verpleeghuis, zodat kwetsbare ouderen dichterbij goede voorzieningen krijgen. Zo maak je ook een aantrekkelijke nieuwe werkplek voor diverse typen verpleegkundigen. Daar merkte ik: onderzoek is leuk als het impact heeft en de resultaten in de praktijk worden gebracht. Alleen maar in de wetenschap werken zonder dat het in de praktijk landt, vind ik niks.’
‘Personeelskrapte is een mogelijkheid om te komen tot meer invloed en mooier werk.’
Het frustreerde haar dat ze weinig invloed had om mooie initiatieven voor zorgprofessionals en cliënten te laten groeien. ‘Ik wilde leren hoe ik politiek en bestuur kon beïnvloeden om die veranderingen wél te bewerkstelligen. Ik voel niet zoveel bij activisme als dat blijft bij alleen actievoeren. Ik ben veel meer van: zo kan het anders en op deze manier kunnen we daar komen.’ Ze kwam één dag in de week bij VWS terecht als chief nursing officer. Dit leek goed te passen. Op die positie kon ze meewerkend invloed uitoefenen, verwachtte ze. ‘Het voelde als een duik in het diepe en spartelen, zeker in de coronacrisis. Toen ik kwam was die functie erg op de achtergrond, dus niet publiekelijk. Als jij je stem niet hardop kunt laten horen, heb je geen invloed. Ik stond niet dicht genoeg tegen de minister aan om met mijn adviezen voor verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden het verschil te maken. In Engeland zag je dat het heel anders kon. Daar stond de chief nursing officer tijdens de coronacrisis in de frontlinie naast de premier en deed technische briefings.’ In ons land ging dat anders. Tijdens de coronacrisis kwam pijnlijk aan de oppervlakte dat hier zeker in de eerste golf te weinig werd geluisterd naar verpleegkundigen en verzorgenden. Dit bleek bijvoorbeeld bij issues zoals de IC-opschaling en het verdelen van beschermingsmiddelen. Buurman: ‘Ik heb bij die thema’s duidelijk laten merken wat ik vond. Daarna kreeg ik meer ruimte om in het openbaar adviezen te geven. Zo heb ik een advies uitgebracht over meer zeggenschap voor de beroepsgroep: ‘Niets over ons, zonder ons’.’
Na een jaar als chief nursing officer kwam er een mogelijkheid die te mooi was om te weigeren. V&VN zocht een nieuwe voorzitter. De beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden had net een roerige periode achter de rug. Een kabinetsplan rond beroepsdifferentiatie (Big II) stuitte veel leden tegen de borst. Het bestuur dat dit kabinetsvoorstel steunde moest daarom opstappen. Er was een nieuwe, verbindende voorzitter nodig en Buurman was hiervoor in beeld. ‘Dat was echt wat voor mij. Bij V&VN is het mogelijk om met de zorgprofessionals samen impact te maken. Ik dacht: er liggen zulke grote vragen. Met de massa van de beroepsgroep – we hebben 100.000 leden – kan ik veel meer invloed uitoefenen dan bij VWS. We moesten het geluid van verpleegkundigen en verzorgenden veel meer laten horen. Dat werd een belangrijke missie van mij toen ik bij V&VN begon.’
‘Verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden moeten zelf het voortouw nemen met oplossingen.’
Is dat ook gelukt? Buurman: ‘Ja, ik denk het wel. De zeggenschap van onze beroepsgroep in organisaties is wezenlijk veranderd. Je ziet dat het veel gelijkwaardiger is geworden. Bestuur en verpleegkundigen werken nauwer samen. We hebben nu een sterk netwerk van verpleegkundige adviesraden. We zien ook dat verpleegkundigen niet alleen bij besluiten worden betrokken maar ook zelf zeggenschap hebben. Zo zijn er mooie voorbeelden van bestuursraden, waar medische staf, verpleegkundige staf en raad van bestuur samen grote beslissingen nemen. Het UMCG en het Martini Ziekenhuis in Groningen hebben zo’n bestuursraad, evenals het Medisch Centrum Leeuwarden. Andere ziekenhuizen, maar ook verpleeghuizen en ggz-instellingen kunnen natuurlijk niet achterblijven. Dus ik verwacht dat velen nog zullen volgen en dat dit over 10 jaar de norm is. Want je maakt samen betere besluiten, die beter worden geïmplementeerd en zo leidt het tot betere zorg.’
De personeelskrapte is bij de verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden het nijpendst. De komende 10 jaar stijgt het aantal vacatures van 45.000 naar 266.000, weet Buurman. ‘Als je dat hoort, denk je: dat kan gewoon bijna niet waar zijn! Dit betekent dat we niet meer kunnen wachten op oplossingen en veranderingen snel in de praktijk moeten brengen.’ De crisis kan ook kansen bieden, verwacht ze. ‘Deze schaarste is een mogelijkheid om te komen tot meer invloed en mooier werk. Als er vraag is, kun je eisen stellen.’ Ook bij dit issue vindt ze dat verpleegkundigen en verzorgenden zelf het voortouw moeten nemen met oplossingen. ‘Dat kan ook. Als je vraagt of er voorbeelden van onnodig zorg zijn, zegt de helft van onze beroepsgroep: ja, die heb ik gezien. Bijvoorbeeld als het gaat over overbehandeling of zorg die met preventie voorkomen kan worden. Dan denk ik: blijkbaar zit er nog wel lucht in het systeem. Laten we zorgprofessionals de ruimte geven om nog meer te focussen op wat er echt toe doet. Zo houden we de regie over het werk en het aantrekkelijk houden daarvan.’
Buurman is trots op de vooruitgang bij V&VN in het professioneler en invloedrijker maken van het vak. ‘Illustratief hiervoor is ons Kennisinstituut. Dat ontwikkelt kennis en zorgt ervoor dat de laatste inzichten uit wetenschap én praktijk snel, eenvoudig en toegankelijk online te raadplegen zijn. Dat heeft de richtlijnenontwikkeling in een stroomversnelling gebracht met veel aandacht voor implementatie. Een verpleegkundige of verzorgende leest geen richtlijn van honderd bladzijden. Daarom vatten we de kern samen in een paar visueel aantrekkelijk vormgegeven bladzijden die ook prima werken als opleidingsmateriaal.’
Om de zorg nog aantrekkelijker te maken voor een brede doelgroep, zouden verpleegkundige en verzorgende tot essentiële beroepen moeten worden bestempeld, vindt Buurman. ‘We willen dat de overheid overgaat tot een nationale arbeidsmarktstrategie voor essentiële beroepen. Hiervoor zou je het collegegeld moeten afschaffen en een goede stagebegeleiding regelen. Ook moeten we eindelijk de loonkloof dichten. Wij zijn de laatste in de publieke sector waar dat nog moet gebeuren.’ Hier klinkt dan toch een beetje de activist, alhoewel ze opnieuw direct een oplossing erbij levert. ‘Laten we stoppen met dat Calimero-geklaag en wat rebelser zijn. Alles begint bij zelfbewust laten zien hoe het anders kan.’ ←
Als hoogleraar ouderenzorg voelde Bianca Buurman de drive om de zorg te verbeteren, in het bijzonder voor wie in de sector werkt. Na een jaar als chief nursing officer bij VWS maakte werd ze voorzitter van V&VN, de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden. ‘De personeelskrapte is een enorme kans op meer invloed en mooier werk.’
Bianca Buurman heeft al 3 ‘omslagen’ gemaakt. Van oncologieverpleegkundige ging ze via onderzoeker/hoogleraar naar belangenbehartiger. Als ze daarover praat, lijken de stappen logisch. Voor haar is een functie niet zo zeer leidend als wel wat ze met haar werk wil bereiken. Anno 2025 is ze V&VN-voorzitter én hoogleraar Acute Ouderenzorg aan het Amsterdam UMC. Anders dan toen ze bij V&VN begon – tijdens de coronacrisis – lukt het nu goed om in die combinatie een evenwicht in te vinden. Ze kan de 2 functies combineren omdat ze in beide gevallen met sterke teams werkt. ‘Een voordeel van mijn onderzoeksfunctie is dat ik volgens het principe van team science werk, samen met 17 onderzoekers. Ik besteed mijn tijd met name aan collega’s verantwoordelijkheid geven en laten doorgroeien. Onze onderzoeken zijn praktijkgericht en gaan over vraagstukken waar zorgprofessionals mee te maken krijgen. Denk aan de zorg in de Wijkkliniek of ouderenzorg in de huisartsenpraktijk. De kennis die ik daar opdoe over ziekenhuizen, verpleeghuizen en de wijk kan ik bij V&VN goed gebruiken.’
Dat ze zich niet beperkt tot onderzoek heeft te maken met een innerlijke drijfveer, vertelt Buurman. ‘Eén van de onderzoeken die ik heb gedaan betreft de Wijkkliniek. Dit gaat over het verplaatsen van zorg in het ziekenhuis naar een verpleeghuis, zodat kwetsbare ouderen dichterbij goede voorzieningen krijgen. Zo maak je ook een aantrekkelijke nieuwe werkplek voor diverse typen verpleegkundigen. Daar merkte ik: onderzoek is leuk als het impact heeft en in de praktijk wordt gebracht. Alleen maar in de wetenschap werken zonder dat het in de praktijk landt, vind ik niks.’
Het frustreerde haar dat ze weinig invloed had om mooie initiatieven voor zorgprofessionals en cliënten te laten groeien. ‘Ik wilde leren hoe ik politiek en bestuur kon beïnvloeden om die veranderingen wél te bewerkstelligen. Ik voel niet zoveel bij activisme als dat blijft bij alleen actievoeren. Ik ben veel meer van: zo kan het anders en op deze manier kunnen we daar komen.’ Ze kwam één dag in de week bij VWS terecht als chief nursing officer. Dit leek goed te passen. Op die positie kon ze meewerkend invloed uitoefenen, verwachtte ze. ‘Het voelde als een duik in het diepe en spartelen, zeker in de coronacrisis. Toen ik kwam was die functie erg op de achtergrond, dus niet publiekelijk. Als jij je stem niet hardop kunt laten horen, heb je geen invloed. Ik stond niet dicht genoeg tegen de minister aan om met mijn adviezen voor verpleegkundigen en verzorgenden het verschil te maken. In Engeland zag je dat het heel anders kon. Daar stond de chief nursing officer tijdens de coronacrisis in de frontlinie naast de premier en deed technische briefings.’ In ons land ging dat anders. Tijdens de coronacrisis kwam pijnlijk aan de oppervlakte dat hier zeker in de eerste golf te weinig werd geluisterd naar verpleegkundigen en verzorgenden. Dit bleek bijvoorbeeld bij issues zoals de IC-opschaling en het verdelen van beschermingsmiddelen. Buurman: ‘Ik heb bij die thema’s duidelijk laten merken wat ik vond. Daarna kreeg ik meer ruimte om in het openbaar adviezen te geven. Zo heb ik een advies uitgebracht over meer zeggenschap voor de beroepsgroep: ‘Niets over ons, zonder ons’.
Na een jaar als chief nursing officer kwam er een mogelijkheid die te mooi was om te weigeren. V&VN zocht een nieuwe voorzitter. De beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden had net een roerige periode achter de rug. Een kabinetsplan rond beroepsdifferentiatie (Big II) stuitte veel leden tegen de borst. Het bestuur dat dit kabinetsvoorstel steunde moest daarom opstappen. Er was een nieuwe, verbindende voorzitter nodig en Buurman was hiervoor in beeld. ‘Dat was echt wat voor mij. Bij V&VN is het mogelijk om met de zorgprofessionals samen impact te maken. Ik dacht: er liggen zulke grote vragen. Met de massa van de beroepsgroep – we hebben 100.000 leden – kan ik veel meer invloed uitoefenen dan bij VWS. We moesten het geluid van verpleegkundigen en verzorgenden veel meer laten horen. Dat werd een belangrijke missie van mij toen ik bij V&VN begon.’
Is dat ook gelukt? Buurman: ‘Ja, ik denk het wel. De zeggenschap van onze beroepsgroep in organisaties is wezenlijk veranderd. Je ziet dat het veel gelijkwaardiger is geworden. Bestuur en verpleegkundigen werken nauwer samen. We hebben nu een sterk netwerk van verpleegkundige adviesraden. We zien ook dat verpleegkundigen niet alleen bij besluiten worden betrokken maar ook zelf zeggenschap hebben. Zo zijn er mooie voorbeelden van bestuursraden, waar medische staf, verpleegkundige staf en raad van bestuur samen grote beslissingen nemen. Het UMCG en het Martini Ziekenhuis in Groningen hebben zo’n bestuursraad, evenals het Medisch Centrum Leeuwarden. Andere ziekenhuizen, maar ook verpleeghuizen en ggz-instellingen kunnen natuurlijk niet achterblijven. Dus ik verwacht dat velen nog zullen volgen en dat dit over 10 jaar de norm is. Want je maakt samen betere besluiten, die beter worden geïmplementeerd en zo leidt het tot betere zorg.’
De personeelskrapte is bij de verpleegkundigen en verzorgenden het nijpendst. De komende 10 jaar stijgt het aantal vacatures van 45.000 naar 266.000, weet Buurman. ‘Als je dat hoort, denk je: dat kan gewoon bijna niet waar zijn! Dit betekent dat we niet meer kunnen wachten op oplossingen en veranderingen snel in de praktijk moeten brengen.’ De crisis kan ook kansen bieden, verwacht ze. ‘Deze schaarste is een mogelijkheid om te komen tot meer invloed en mooier werk. Als er vraag is, kun je eisen stellen.’ Ook bij dit issue vindt ze dat verpleegkundigen en verzorgenden zelf het voortouw moeten nemen met oplossingen. ‘Dat kan ook. Als je vraagt of er voorbeelden van onnodig zorg zijn, zegt de helft van onze beroepsgroep: ja, die heb ik gezien. Bijvoorbeeld als het gaat over overbehandeling of zorg die met preventie voorkomen kan worden. Dan denk ik: blijkbaar zit er nog wel lucht in het systeem. Laten we zorgprofessionals de ruimte geven om nog meer te focussen op wat er echt toe doet. Zo houden we de regie over het werk en het aantrekkelijk houden daarvan.’
Buurman is trots op de vooruitgang bij V&VN in het professioneler en invloedrijker maken van het vak. ‘Illustratief hiervoor is ons Kennisinstituut. Dat ontwikkelt kennis en zorgt ervoor dat de laatste inzichten uit wetenschap én praktijk snel, eenvoudig en toegankelijk online te raadplegen zijn. Dat heeft de richtlijnenontwikkeling in een stroomversnelling gebracht met veel aandacht voor implementatie. Verpleegkundige of verzorgende leest geen richtlijn van honderd bladzijden. Daarom vatten we de kern samen in een paar visueel aantrekkelijk vormgegeven bladzijden die ook prima werken als opleidingsmateriaal.’
Om de zorg nog aantrekkelijker te maken voor een brede doelgroep, zouden, vindt Buurman. ‘We willen dat de overheid overgaat tot een nationale arbeidsmarktstrategie voor essentiële beroepen. Hiervoor zou je het collegegeld moeten afschaffen en een goede stagebegeleiding regelen. Ook moeten we eindelijk de loonkloof dichten. Wij zijn de laatste in de publieke sector waar dat nog moet gebeuren.’ Hier klinkt dan toch een beetje de activist, alhoewel ze opnieuw direct een oplossing erbij levert. ‘Laten we stoppen met dat Calimero-geklaag en wat rebelser zijn. Alles begint bij zelfbewust laten zien hoe het anders kan.’ ←