Dialoog

Marion Koopmans en André Rouvoet

‘Als we volgend jaar een pandemie krijgen, redden we het niet’

Marion Koopmans en André Rouvoet stonden tijdens de coronacrisis in het oog van de storm. Vijf jaar na de uitbraak zijn ze fel gekant tegen bezuinigingen op pandemische paraatheid. Koopmans: ‘De systeemverandering die we wilden is er niet gekomen.’ Rouvoet: ‘We zitten bij de GGD’en nu zelfs onder ons reguliere niveau.’

Tekst: Joost Bijlsma ¦ Fotografie: Arenda Oomen

Hoogleraar Marion Koopmans van het Erasmus MC is een internationale autoriteit op het gebied van virologie. Tijdens de coronacrisis adviseerde zij het kabinet als lid van het Outbreak Management Team. André Rouvoet leidt sinds augustus 2020, direct na de eerste corona-lockdown, als voorzitter GGD GHOR Nederland. Zijn ervaring in de politiek en bij zorgverzekeraars kwam goed van pas. Tijdens de pandemie spraken de twee elkaar af en toe via video. Van verder contact is geen sprake geweest. Ze beginnen de dialoog met het ophalen van herinneringen. Voor Rouvoet was de coronacrisis vooral een hectische tijd waarin veel moest worden geïmproviseerd. De GGD’en regelden regionaal het testen, vaccineren en het bron- en contactonderzoek. ‘De coördinatie van bovenaf stond direct onder aanvoering van minister Hugo de Jonge van VWS. Hij was in crisistijd verantwoordelijk voor de infectiebestrijding en vond het praktisch om vaak rechtstreeks te communiceren met GGD GHOR Nederland. Hij had echt het laatste woord. Ik kon wel zeggen ga nou rechtsaf, maar als hij zei we gaan linksaf, dan deden we dat.’ Koopmans staat de unieke dynamiek van toen nog bij. ‘Het ging om testen en snel opschalen. Dat was heel hard hollen. Je wilt als wetenschapper jouw principes overeind houden. Maar kennis geschraagd werken om snel tot grote oplossingen te komen was ingewikkeld onder die druk.’

‘Je kunt ervan uitgaan dat het de volgende keer ook weer houtje-touwtje wordt.’
Marion Koopmans

Slechter voorbereid

Wanneer we Koopmans en Rouvoet spreken is het 5 jaar geleden dat de coronacrisis uitbrak. In de media is veel aandacht voor de pandemie en of we voorbereid zijn op de volgende gezondheidscrisis. De NOS concludeert dat Nederland eigenlijk nog slechter is voorbereid op een pandemie dan voor de coronaperiode. Met 850 bedden is de IC-basiscapaciteit beduidend lager dan de 1.150 van 5 jaar geleden. Structurele overheidsinvesteringen van 300 miljoen euro in GGD, RIVM en IC-capaciteit worden in de plannen van het huidige kabinet geschrapt. En door het dichtdraaien van de geldkraan wordt het lastig om een sterke nationale crisisorganisatie – de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) – en een goed informatiesysteem op te tuigen. De gesprekspartners vinden het onverantwoord dat we niet doorpakken na de duidelijke lessen van de coronacrisis. Wat zijn die lessen?

Rouvoet: ‘We willen niet opnieuw zo improviseren als tijdens corona. We waren bij de GGD’en niet goed toegerust op zo’n grote landelijke operatie. De 8.000 mensen die we inhuurden voor bron- en contactonderzoek kregen aanvankelijk in verschillende regio’s verschillende instructies. Onze systemen waren ook niet geschikt voor gebruik door 8.000 mensen. En het telefoonnet raakte overbelast door de enorme callcenters die nodig waren. We hebben de afgelopen jaren veel bijgeleerd. Als je mij zou vragen of het nu beter zou gaan, dan zou ik ‘ja’ zeggen. Maar op de vraag of we nu voldoende voorbereid zijn is het antwoord ‘nee’. Want we hebben nog niet de robuuste systemen en samenwerkingsstructuren die we willen hebben.’

Koopmans: ‘Als nu weer iets vergelijkbaars gebeurt, kunnen we gebruikmaken van dat ‘geheugen’, net als in de immunologie. Toch kun je ervan uitgaan dat het de volgende keer ook weer houtje-touwtje wordt. De gewenste systemische verbetering is er nog niet. We willen bijvoorbeeld het bron- en contactonderzoek verdiepen met genetische analyses, om beter te weten waar de grote verspreidingsbronnen zitten. Maar het combineren van data is erg ingewikkeld, vanwege de versnipperde zorg-ICT in ons land. We zijn nog ver af van een goed geregelde data-infrastructuur. Wat ik zelf opmerkelijk vond is de grote kloof tussen de silo’s van publieke gezondheid en zorg. Het RIVM had informatie nodig, zoals over de hoeveelheden personen die werden opgenomen, en het deel daarvan dat op de IC terecht kwam, maar die was er niet en is er toen wel gekomen. Helaas zijn deze landelijke meldingen over ziekenhuisopnames en IC-bezetting nooit structureel gemaakt. Dat zou wel mooi zijn. Omdat goede gegevens ontbreken is de ernst van een uitbraak lastig te bepalen. In Engeland en Denemarken hebben ze daar meer zicht op. Iedereen denkt op dit moment dat wij een ernstiger griepseizoen hebben, maar dat kunnen we pas achteraf berekenen. We hebben wel datasystemen, maar die zijn niet geschikt om actuele vragen te beantwoorden. Ook zijn ze moeilijk toegankelijk voor onderzoek.’

Marion Koopmans
Hoogleraar Erasmus MC

Rouvoet: ‘Nederland is inderdaad niet goed in zorgdata organiseren. Het ICT-zorglandschap is erg versnipperd. Bij VWS loopt al jaren een informatieberaad. Iedereen wil standaardisering, zolang het eigen systeem maar de standaard wordt. Dat moeten we veel beter op orde hebben, niet alleen voor crisistijden. Wat ook veel beter moet is het slechten van de kloven tussen cure, care en publieke gezondheidszorg.’

Koopmans: ‘Tijdens de coronacrisis ontstond een ecosysteem van kennis en uitvoering. Dat is wat je permanent wilt. Dat ging een tijdlang erg goed, maar je ziet mensen nu weer teruggaan naar hun eigen silo. Het Maatschappelijk Impact Team (MIT) dat naar andere dingen keek dan het biomedische deel staat bijvoorbeeld in de slaapstand.’

Onder het normale niveau

Koopmans waarschuwt dat het een kwestie van tijd is voor de volgende pandemie of andere gezondheidscrisis zich aandient. Het voorbereiden op de mogelijkheid van een pandemie structureel moet worden, ook buiten de GGD en het RIVM. Rouvoet vindt dat de GGD-sector niet klaar is voor een nieuwe pandemie: ‘Mijn eerste zorg is de huidige infectieziektebestrijding. Bij de GGD'en zitten we nog niet eens op het niveau voor het regulier vereiste minimum. We hebben te weinig artsen infectieziektebestrijding. In vrijwel elke regio moet onze capaciteit 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als nu. Als we volgend jaar een pandemie krijgen, redden we het niet.’

Koopmans: ‘We hebben nu misschien zelfs meer capaciteit nodig dan in het verleden. De samenleving is meer gepolariseerd en de vaccinatiebereidheid is afgenomen. Het kost meer tijd om mensen mee te krijgen. Dat zijn dossiers waar de GGD belangrijk en moeilijk werk heeft te verrichten.’ 

‘Iedereen wil standaardisering, zolang het eigen systeem maar de standaard wordt.’

André Rouvoet

 

Rouvoet: ‘We hebben na corona grote stappen gezet, maar of we door kunnen is onzeker. Na de pandemie zag iedereen het belang van meer aandacht voor infectieziektebestrijding bij de GGD'en. Dat leidde tot het tweejarige programma “Versterking Infectieziektebestrijding Pandemische Paraatheid (VIP)”. Daarna zou het programma "Pandemische Paraatheid" structurele middelen bieden. Van de VIP-gelden hebben we bij de GGD’en artsen en verpleegkundigen aangesteld, ongeveer 120 fte. We gingen ervan uit dat we hen vanaf dit jaar structureel konden betalen. Maar het kabinet kondigde in het Hoofdlijnenakkoord aan te bezuinigen op deze pot van 300 miljoen euro per jaar. Minister Fleur Agema van VWS heeft gezegd dit bij de Voorjaarsnota te willen terugdraaien, maar dat moet nog wel gebeuren.’

Koopmans: ‘Bij subsidies voor de wetenschap zie je hetzelfde mechanisme; er wordt kort geld in pandemische paraatheid gestopt, maar daarna niet structureel. Er zijn geen gelden om die complexe materie met een ecosysteem van diverse disciplines aan te pakken. Het gaat steeds weer terug naar de silo's en de competitie. Structureel samenwerken is veel beter als voorbereiding.’

André Rouvoet
voorzitter GGD GHOR Nederland

Deltawerken

Rouvoet: ‘Door de bezuinigingen komt ook de nieuwe crisisorganisatie “Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding” op de tocht te staan. Die zou doen wat GGD GHOR Nederland in coronatijd heeft gedaan, zoals opschalen van processen en regie op voorbereiding en bestrijding. Terwijl wij dan de uitvoering en de ondersteuning zouden verzorgen. Het is bedoeld om de samenwerking tussen GGD’en, wetenschap en RIVM veel beter vorm te geven. Als het geld er niet komt, dan stopt dit. Dat is echt ongelooflijk! Ook zou dit dan het laatste jaar zijn dat wij een coronavaccinatie kunnen doen. Want er is geen geld voor, het ontbreekt aan middelen en een geschikt ICT-systeem. Niemand wil dat, ook de minister niet. Dit gaat niet om: hè, wat jammer, de GGD’en krijgen minder geld. Het gaat om onze veiligheid, weerbaarheid en gezondheid. Dus we moeten doorgaan met dat programma.’

‘Een ecosysteem van kennis en uitvoering, dat is wat je permanent wilt.’

Marion Koopmans 

Koopmans: ‘De neiging bestaat om te denken: dit is nu toch over? Maar als je wacht totdat er een nieuwe grote uitbraak komt onder mensen ben je al te laat. Wij kunnen veel sneller schakelen als er gewoon een platform klaarstaat dat oefent met wat we nu aan zien komen. Toch investeren we daar niet structureel in.’

Rouvoet: ‘De Deltawerken zijn gebouwd om te voorkomen dat een ramp weer net zo grote gevolgen heeft. Nu zeggen we eigenlijk: laten we stoppen met de dijkverhoging, omdat het water al 2 jaar niet zo hoog staat. Dat is zo dom. Blijkbaar zijn we vergeten hoe vervelend de maatregelen waren: scholensluiting, mondkapjes, avondklok. Als we ons beter voorbereiden zijn de mogelijke maatregelen straks effectiever. Ook kunnen we meer rekening houden met wat dit met kwetsbare mensen doet. Denk aan de mentale problemen bij jongeren. Tijdens corona hebben we bovendien geleerd hoe we een breed vaccinatieprogramma opzetten. Dat kunnen we ook goed gebruiken bij uitbraken van mazelen of kinkhoest. Geen overbodige luxe, nu de vaccinatiegraad afneemt.’

Anti-science

Koopmans en Rouvoet maken zich zorgen over het sentiment in het maatschappelijke debat. Polarisatie maakt het mogelijk moeilijker om nog eens wereldwijd te werken aan oplossingen. Of mensen te overtuigen van het belang van bepaalde maatregelen.

‘Blijkbaar zijn we vergeten hoe vervelend de maatregelen waren.’

André Rouvoet 

Koopmans: ‘Je ziet steeds meer desinformatie. De politieke ontwikkelingen, met name in de VS, zijn zorgwekkend. In de top van de overheid zitten antivaxxers die verhalen de wereld in helpen dat polio en HIV niet door een virus worden veroorzaakt. Er ontstaat een anti-science sentiment. Wetenschappers worden benaderd als oplichters.’

Rouvoet: ‘Ook in ons land zie je dat verschijnsel. Tegenover je aan talkshowtafels zitten soms complotdenkers, waarmee geen gesprek over de feiten te voeren is. De luisteraar denkt dan wellicht: de waarheid ligt in het midden, maar dat ligt ‘ie dan absoluut niet.’  

Koopmans: ‘Wat je soms ook ziet is dat wetenschappers in de media andere experts aanvallen, waardoor de leek denkt: zij weten het ook niet. Het is belangrijk dat experts in vredestijd op een opbouwende wijze met elkaar in dialoog gaan over wat wel en niet werkt. Ook dat is een reden waarom we juist nu meer moeten investeren in pandemische paraatheid.’ ←

Dialoog

Marion Koopmans
en André Rouvoet

‘Als we volgend jaar een pandemie krijgen, redden we het niet’

 

Marion Koopmans en André Rouvoet stonden tijdens de coronacrisis in het oog van de storm. Vijf jaar na de uitbraak zijn ze fel gekant tegen bezuinigingen op pandemische paraatheid. Koopmans: ‘De systeemverandering die we wilden is er niet gekomen.’ Rouvoet: ‘We zitten bij de GGD’en nu zelfs onder ons reguliere niveau.’

Tekst: Joost Bijlsma ¦ Fotografie: Arenda Oomen

Hoogleraar Marion Koopmans van het Erasmus MC is een internationale autoriteit op het gebied van virologie. Tijdens de coronacrisis adviseerde zij het kabinet als lid van het Outbreak Management Team. André Rouvoet leidt sinds augustus 2020, direct na de eerste corona-lockdown, als voorzitter GGD GHOR Nederland. Zijn ervaring in de politiek en bij zorgverzekeraars kwam goed van pas.  Tijdens de pandemie spraken de twee elkaar af en toe via video. Van verder contact is geen sprake geweest. Ze beginnen de dialoog met het ophalen van herinneringen. Voor Rouvoet was de coronacrisis vooral een hectische tijd waarin veel moest worden geïmproviseerd. De GGD ’en regelden regionaal het testen, vaccineren en het bron- en contactonderzoek. ‘De coördinatie van bovenaf stond direct onder aanvoering van minister Hugo de Jonge van VWS. Hij was in crisistijd verantwoordelijk voor de infectiebestrijding en vond het praktisch om vaak rechtstreeks te communiceren met GGD GHOR Nederland. Hij had echt het laatste woord. Ik kon wel zeggen ga nou rechtsaf, maar als hij zei we gaan linksaf, dan deden we dat.’ Koopmans staat de unieke dynamiek van toen nog bij. ‘Het ging om testen en snel opschalen. Dat was heel hard hollen. Je wilt als wetenschapper jouw principes overeind houden. Maar kennis geschraagd werken om snel tot grote oplossingen te komen was ingewikkeld onder die druk.’

Slechter voorbereid

Wanneer we Koopmans en Rouvoet spreken is het 5 jaar geleden dat de coronacrisis uitbrak. In de media is veel aandacht voor de pandemie en of we voorbereid zijn op de volgende gezondheidscrisis. De NOS concludeert dat Nederland eigenlijk nog slechter is voorbereid op een pandemie dan voor de coronaperiode. Met 850 bedden is de IC-basiscapaciteit beduidend lager dan de 1.150 van 5 jaar geleden. Structurele overheidsinvesteringen van 300 miljoen euro in GGD, RIVM en IC-capaciteit worden in de plannen van het huidige kabinet geschrapt. En door het dichtdraaien van de geldkraan wordt het lastig om een sterke nationale crisisorganisatie – de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) – en een goed informatiesysteem op te tuigen. De gesprekspartners vinden het onverantwoord dat we niet doorpakken na de duidelijke lessen van de coronacrisis. Wat zijn die lessen?

Rouvoet: ‘We willen niet opnieuw zo improviseren als tijdens corona. We waren bij de GGD’en niet goed toegerust op zo’n grote landelijke operatie. De 8.000 mensen die we inhuurden voor bron- en contactonderzoek kregen aanvankelijk in verschillende regio’s verschillende instructies. Onze systemen waren ook niet geschikt voor gebruik door 8.000 mensen. En het telefoonnet raakte overbelast door de enorme callcenters die nodig waren. We hebben de afgelopen jaren veel bijgeleerd. Als je mij zou vragen of het nu beter zou gaan, dan zou ik ‘ja’ zeggen. Maar op de vraag of we nu voldoende voorbereid zijn is het antwoord ‘nee’. Want we hebben nog niet de robuuste systemen en samenwerkingsstructuren die we willen hebben.’

Koopmans: ‘Als nu weer iets vergelijkbaars gebeurt, kunnen we gebruikmaken van dat ‘geheugen’, net als in de immunologie. Toch kun je ervan uitgaan dat het de volgende keer ook weer houtje-touwtje wordt. De gewenste systemische verbetering is er nog niet. We willen bijvoorbeeld het bron- en contactonderzoek verdiepen met genetische analyses, om beter te weten waar de grote verspreidingsbronnen zitten. Maar het combineren van data is erg ingewikkeld, vanwege de versnipperde zorg-ICT in ons land. We zijn nog ver af van een goed geregelde data-infrastructuur. Wat ik zelf opmerkelijk vond is de grote kloof tussen de silo’s van publieke gezondheid en zorg. Het RIVM had informatie nodig, zoals over de hoeveelheden personen die werden opgenomen, en het deel daarvan dat op de IC terecht kwam, maar die was er niet en is er toen wel gekomen. Helaas zijn deze landelijke meldingen over ziekenhuisopnames en IC-bezetting nooit structureel gemaakt. Dat zou wel mooi zijn. Omdat goede gegevens ontbreken is de ernst van een uitbraak lastig te bepalen. In Engeland en Denemarken hebben ze daar meer zicht op. Iedereen denkt op dit moment dat wij een ernstiger griepseizoen hebben, maar dat kunnen we pas achteraf berekenen. We hebben wel datasystemen, maar die zijn niet geschikt om actuele vragen te beantwoorden. Ook zijn ze moeilijk toegankelijk voor onderzoek.’

‘Je kunt ervan uitgaan dat het de volgende keer ook weer houtje-touwtje wordt.’

Marion Koopmans
Hoogleraar Erasmus MC

 

Rouvoet: ‘Nederland is inderdaad niet goed in zorgdata organiseren. Het ICT-zorglandschap is erg versnipperd. Bij VWS loopt al jaren een informatieberaad. Iedereen wil standaardisering, zolang het eigen systeem maar de standaard wordt. Dat moeten we veel beter op orde hebben, niet alleen voor crisistijden. Wat ook veel beter moet is het slechten van de kloven tussen cure, care en publieke gezondheidszorg.’

Koopmans: ‘Tijdens de coronacrisis ontstond een ecosysteem van kennis en uitvoering. Dat is wat je permanent wilt. Dat ging een tijdlang erg goed, maar je ziet mensen nu weer teruggaan naar hun eigen silo. Het Maatschappelijk Impact Team (MIT) dat naar andere dingen keek dan het biomedische deel staat bijvoorbeeld in de slaapstand.’

Onder het normale niveau

Koopmans waarschuwt dat het een kwestie van tijd is voor de volgende pandemie of andere gezondheidscrisis zich aandient. Het voorbereiden op de mogelijkheid van een pandemie structureel moet worden, ook buiten de GGD en het RIVM. Rouvoet vindt dat de GGD-sector niet klaar is voor een nieuwe pandemie: ‘Mijn eerste zorg is de huidige infectieziektebestrijding. Bij de GGD'en zitten we nog niet eens op het niveau voor het regulier vereiste minimum. We hebben te weinig artsen infectieziektebestrijding. In vrijwel elke regio moet onze capaciteit 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als nu. Als we volgend jaar een pandemie krijgen, redden we het niet.’

Koopmans: ‘We hebben nu misschien zelfs meer capaciteit nodig dan in het verleden. De samenleving is meer gepolariseerd en de vaccinatiebereidheid is afgenomen. Het kost meer tijd om mensen mee te krijgen. Dat zijn dossiers waar de GGD belangrijk en moeilijk werk heeft te verrichten.’

Rouvoet: ‘We hebben na corona grote stappen gezet, maar of we door kunnen is onzeker. Na de pandemie zag iedereen het belang van meer aandacht voor infectieziektebestrijding bij de GGD'en. Dat leidde tot het tweejarige programma “Versterking Infectieziektebestrijding Pandemische Paraatheid (VIP)”. Daarna zou het programma Pandemische Paraatheid structurele middelen bieden. Van de VIP-gelden hebben we bij de GGD’en artsen en verpleegkundigen aangesteld, ongeveer 120 fte. We gingen ervan uit dat we hen vanaf dit jaar structureel konden betalen. Maar het kabinet kondigde in het Hoofdlijnenakkoord aan te bezuinigen op deze pot van 300 miljoen euro per jaar. Minister Fleur Agema van VWS heeft gezegd dit bij de Voorjaarsnota te willen terugdraaien, maar dat moet nog wel gebeuren.’

Koopmans: ‘Bij subsidies voor de wetenschap zie je hetzelfde mechanisme; er wordt kort geld in pandemische paraatheid gestopt, maar daarna niet structureel. Er zijn geen gelden om die complexe materie met een ecosysteem van diverse disciplines aan te pakken. Het gaat steeds weer terug naar de silo's en de competitie. Structureel samenwerken is veel beter als voorbereiding.’

‘Iedereen wil standaardisering, zolang het eigen systeem maar de standaard wordt.’

André Rouvoet
voorzitter GGD GHOR Nederland

  

Deltawerken

Rouvoet: ‘Door de bezuinigingen komt ook de nieuwe crisisorganisatie “Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding” op de tocht te staan. Die zou doen wat GGD GHOR Nederland in coronatijd heeft gedaan, zoals opschalen van processen en regie op voorbereiding en bestrijding. Terwijl wij dan de uitvoering en de ondersteuning zouden verzorgen. Het is bedoeld om de samenwerking tussen GGD’en, wetenschap en RIVM veel beter vorm te geven. Als het geld er niet komt, dan stopt dit. Dat is echt ongelooflijk! Ook zou dit dan het laatste jaar zijn dat wij een coronavaccinatie kunnen doen. Want er is geen geld voor, geen middelen en geen geschikt ICT-systeem. Niemand wil dat, ook de minister niet. Dit gaat niet om: hè, wat jammer, de GGD’en krijgen minder geld. Het gaat om onze veiligheid, weerbaarheid en gezondheid. Dus we moeten doorgaan met dat programma.’

‘Een ecosysteem van kennis en uitvoering, dat is wat je permanent wilt.’

Marion Koopmans

 

 

Koopmans: ‘De neiging bestaat om te denken: dit is nu toch over? Maar als je wacht totdat er een nieuwe grote uitbraak komt onder mensen ben je al te laat. Wij kunnen veel sneller schakelen als er gewoon een platform klaarstaat dat oefent met wat we nu aan zien komen. Toch investeren we daar niet structureel in.’

Rouvoet: ‘De Deltawerken zijn gebouwd om te voorkomen dat een ramp weer net zo grote gevolgen heeft. Nu zeggen we eigenlijk: laten we stoppen met de dijkverhoging, omdat het water al 2 jaar niet zo hoog staat. Dat is zo dom. Blijkbaar zijn we vergeten hoe vervelend de maatregelen waren: scholensluiting, mondkapjes, avondklok. Als we ons beter voorbereiden zijn de mogelijke maatregelen straks effectiever. Ook kunnen we meer rekening houden met wat dit met kwetsbare mensen doet. Denk aan de mentale problemen bij jongeren. Tijdens corona hebben we bovendien geleerd hoe we een breed vaccinatieprogramma opzetten. Dat kunnen we ook goed gebruiken bij uitbraken van mazelen of kinkhoest. Geen overbodige luxe, nu de vaccinatiegraad afneemt.’

Anti-science

Koopmans en Rouvoet maken zich zorgen over het sentiment in het maatschappelijke debat. Polarisatie maakt het mogelijk moeilijker om nog eens wereldwijd te werken aan oplossingen. Of mensen te overtuigen van het belang van bepaalde maatregelen.

‘Blijkbaar zijn we vergeten hoe vervelend de maatregelen waren.’

André Rouvoet

 

 

Koopmans: ‘Je ziet steeds meer desinformatie. De politieke ontwikkelingen, met name in de VS, zijn zorgwekkend. In de top van de overheid zitten antivaxxers die verhalen de wereld in helpen dat polio en HIV niet door een virus worden veroorzaakt. Er ontstaat een anti-science sentiment. Wetenschappers worden benaderd als oplichters.’

Rouvoet: ‘Ook in ons land zie je dat verschijnsel. Tegenover je aan talkshowtafels zitten soms complotdenkers, waarmee geen gesprek over de feiten te voeren is. De luisteraar denkt dan wellicht: de waarheid ligt in het midden, maar dat ligt ‘ie dan absoluut niet.’  

Koopmans: ‘Wat je soms ook ziet is dat wetenschappers in de media andere experts aanvallen, waardoor de leek denkt: zij weten het ook niet. Het is belangrijk dat experts in vredestijd op een opbouwende wijze met elkaar in dialoog gaan over wat wel en niet werkt. Ook dat is een reden waarom we juist nu meer moeten investeren in pandemische paraatheid.’ ←

Arrow-prev Arrow-next