Interview

Schelto Kruijff

Het belang van kwaliteitsregistraties voor passende zorg

Schelto Kruijff had van tevoren niet bedacht dat zijn onderzoek zo’n maatschappelijke impact zou hebben. Maar dat heeft het wel. ‘Het COVID-Surg-III-project houdt de samenleving een spiegel voor over de keuzes die we maken in de zorg. En het toont het belang aan van kwaliteitsregistratie en data-analyse.’

Tekst: Astrid van den Berg ¦ Beeld: Curve

Het woord registratie wordt maar al te vaak gekoppeld aan het woord last. Maar registratie en data-analyse kunnen veel opleveren, zoals het onderzoek van het team van Schelto Kruijff, oncologisch chirurg bij het UMCG, aantoont. ‘Met het COVID-Surg-III-project voegden we 15 registraties samen om in beeld te brengen hoe de planbare zorg tijdens de coronapandemie verliep; welke keuzes werden gemaakt en wat waren de gevolgen. Daarvoor werkten we samen met een conglomeraat van kwaliteitsregistraties, met het Dutch Institute for Clinical Auditing als hoofdspeler.’ 

Data-technisch uitdagend

De onderzoeksgroep bestond uit de chirurgen David Heineman, Michel Wouters en Schelto Kruijff, postdoc Willemijn van der Plas en promovendi Roos van Vuren en Rinske van der Hoek. De groep had zichzelf geen eenvoudige taak gesteld. ‘De informatie in de registraties weerspiegelt de werkelijke situatie in de Nederlandse ziekenhuizen en is daarom heel geschikt om inzicht te krijgen in de effecten van keuzes die we tijdens corona hebben gemaakt. Iedere kwaliteitsregistratie heeft, vanuit de focus op een specifieke aandoening, zijn eigen commissies die we ieder apart benaderden. Het type informatie per registratie verschilt flink. Voor het COVID-Surg-III-project legden we vanuit een helikopterview verbindingen tussen alle registraties. Het was data-technisch heel uitdagend. Daarnaast organiseerden we focusgroepen met patiënten en zorgverleners, die de inzichten die we uit de data haalden, verdiepten.’ 

Prijs voor prioriteit van oncologie

‘Het onderzoek leverde een ‘bak aan bevindingen’ op’, vertelt Kruijff. Hij licht er graag een aantal uit. ‘De oncologische operaties hebben veel minder onder druk gestaan dan tijdens de pandemie is gevreesd. Omdat men landelijk vond dat oncologische behandelingen prioriteit moesten hebben, werd de behandeltijd zelfs korter. Andere patiëntengroepen betaalden daarvoor de prijs. De operaties die geen spoed hadden, werden uitgesteld. Dat had invloed op de kwaliteit van leven én gezondheid van bijvoorbeeld mensen met obesitas of een versleten knie of heup. Van de mensen die planbare zorg nodig hadden, had 46% van de ondervraagde patiënten te maken met uitgestelde zorg. En bij 43% van die mensen met uitgestelde zorg waren de klachten na het wachten verergerd.’

Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging

Uitkomstgerichte zorg

Door uitgestelde, afgeschaalde of vermeden reguliere zorg heeft de coronapandemie veel gevolgen voor zorguitkomsten van patiënten. ZonMw financiert onderzoek dat vanuit uitkomstgerichte zorg de verbinding legt met de non-COVID-19-kennisvragen. Deze vragen zijn op gesteld, in het verlengde van de COVID-19 Kennisagenda’s, door de Federatie Medisch Specialisten. Subsidieaanvragen moesten direct te relateren zijn aan de primaire beoogde doelen van uitkomstgerichte zorg: inzicht in relevante uitkomsten bij behandeling en/of actief wachten voor patiënten én concreet bijdragen aan samen beslissen over de passende behandeling. Die wetenschappelijk gefundeerde inzichten moeten medisch specialisten en patiënten, maar ook ziekenhuizen en beleidsmakers, beter in staat stellen om afwegingen te maken in de keuze tot (uitstel van) een passende behandeling ten tijde van een volgende pandemie.

 
Ruimte in het systeem

Wat Kruijff verder zag in de data is dat tijdens de coronapandemie kritischer werd gekeken naar de indicatiestelling voor een ingreep. De richtlijnen werden strikter nageleefd. ‘Na de pandemie werd de indicatiestelling weer ruimer. Wanneer de druk oploopt, gaan dokters dus strakker triëren en dat geeft ruimte op de verpleegafdelingen. Verder bleek uit de data dat opname op een ic na een grote operatie niet altijd nodig is. Medium care is vaak voldoende. Wanneer toch een complicatie optreedt, kunnen behandelteams deze op een adequate manier opvangen. Uit beide bevindingen blijkt dat er nog altijd ruimte in het systeem zit. Dat is goed, ruimte voor af en toe een praatje met een patiënt of met elkaar is belangrijk. Bij crises kan de lucht eruit, maar zorgverleners moeten niet continu onder druk staan.’ 

Winst voor patiënt en samenleving 

Met de informatie uit de data kunnen we reflecteren op hoe we zijn omgegaan met zorgschaarste tijdens de pandemie, vindt Kruijff. ‘Kankerbehandelingen ernstig prioriteren, ten koste van mensen met goedaardige aandoeningen, is begrijpelijk. Maar als je kijkt naar zo veel mogelijk winst voor zowel patiënt als samenleving, dan is deze prioritering niet voor de hand liggend. Dat ik dat vind, als oncologisch chirurg, wil wat zeggen. Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging. Dat maakt het COVID-Surg-III-project een maatschappelijk onderzoek. Het gaat echt over passende zorg.’

"Saaie dingen" doen

Het onderzoek leverde kennis op die bruikbaar is bij de huidige zorgschaarste. Kruijff vindt dat nog relevanter dan pandemische paraatheid. ‘Wanneer we weer met een pandemie te maken hebben, bepaalt het soort virus wat voor zorg er nodig is. Wie zegt dat het weer om een longvirus zal gaan, waarbij we weer schaarse en dure ic’s nodig hebben? Zorgschaarste is een reëler probleem, misschien wel voor de komende 30 jaar.’  Daarbij heeft het onderzoek duidelijk gemaakt dat de uiteenlopende registraties zich ook lenen voor overkoepelende, maatschappelijke vragen waarop we anders geen antwoord zouden hebben. ‘Werkgevers moeten zich realiseren dat dataregistratie een belangrijke taak is van zorgverleners en dat daar tijd voor ingeruimd moet worden’, zegt Kruijff. ‘Misschien help je daar wel meer mensen mee dan wanneer je iemand op de spoed ziet. "Saaie dingen" doen heeft soms meer impact dan rennen door een gang.’ ←

 

Meer informatie

 

Interview

Schelto Kruijff 

Het belang van kwaliteitsregistraties voor passende zorg

Schelto Kruijff had van tevoren niet bedacht dat zijn onderzoek zo’n maatschappelijke impact zou hebben. Maar dat heeft het wel. ‘Het COVID-Surg-III-project houdt de samenleving een spiegel voor over de keuzes die we maken in de zorg. En het toont het belang aan van kwaliteitsregistratie en data-analyse.’  

Tekst: Astrid van den Berg ¦ Beeld: Curve

 

Het woord registratie wordt maar al te vaak gekoppeld aan het woord last. Maar registratie en data-analyse kunnen veel opleveren, zoals het onderzoek van het team van Schelto Kruijff, oncologisch chirurg bij het UMCG, aantoont. ‘Met het COVID-Surg-III-project voegden we 15 registraties samen om in beeld te brengen hoe de planbare zorg tijdens de coronapandemie verliep; welke keuzes werden gemaakt en wat waren de gevolgen. Daarvoor werkten we samen met een conglomeraat van kwaliteitsregistraties, met het Dutch Institute for Clinical Auditing als hoofdspeler.’

Data-technisch uitdagend

De onderzoeksgroep bestond uit de chirurgen David Heineman, Michel Wouters en Schelto Kruijff, postdoc Willemijn van der Plas en promovendi Roos van Vuren en Rinske van der Hoek. De groep had zichzelf geen eenvoudige taak gesteld. ‘De informatie in de registraties weerspiegelt de werkelijke situatie in de Nederlandse ziekenhuizen en is daarom heel geschikt om inzicht te krijgen in de effecten van keuzes die we tijdens corona hebben gemaakt. Iedere kwaliteitsregistratie heeft, vanuit de focus op een specifieke aandoening, zijn eigen commissies die we ieder apart benaderden. Het type informatie per registratie verschilt flink. Voor het COVID-Surg-III-project legden we vanuit een helikopterview verbindingen tussen alle registraties. Het was data-technisch heel uitdagend. Daarnaast organiseerden we focusgroepen met patiënten en zorgverleners, die de inzichten die we uit de data haalden, verdiepten.’

Prijs voor prioriteit van oncologie

‘Het onderzoek leverde een ‘bak aan bevindingen’ op’, vertelt Kruijff. Hij licht er graag een aantal uit. ‘De oncologische operaties hebben veel minder onder druk gestaan dan tijdens de pandemie is gevreesd. Omdat men landelijk vond dat oncologische behandelingen prioriteit moesten hebben, werd de behandeltijd zelfs korter. Andere patiëntengroepen betaalden daarvoor de prijs. De operaties die geen spoed hadden, werden uitgesteld. Dat had invloed op de kwaliteit van leven én gezondheid van bijvoorbeeld mensen met obesitas of een versleten knie of heup. Van de mensen die planbare zorg nodig hadden, had 46% van de ondervraagde patiënten te maken met uitgestelde zorg. En bij 43% van die mensen met uitgestelde zorg waren de klachten na het wachten verergerd.’

Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging

Uitkomstgerichte zorg

Door uitgestelde, afgeschaalde of vermeden reguliere zorg heeft de coronapandemie veel gevolgen voor zorguitkomsten van patiënten. ZonMw financiert onderzoek dat vanuit uitkomstgerichte zorg de verbinding legt met de non-COVID-19-kennisvragen. Deze vragen zijn op gesteld, in het verlengde van de COVID-19 Kennisagenda’s, door de Federatie Medisch Specialisten. Subsidieaanvragen moesten direct te relateren zijn aan de primaire beoogde doelen van uitkomstgerichte zorg: inzicht in relevante uitkomsten bij behandeling en/of actief wachten voor patiënten én concreet bijdragen aan samen beslissen over de passende behandeling. Die wetenschappelijk gefundeerde inzichten moeten medisch specialisten en patiënten, maar ook ziekenhuizen en beleidsmakers, beter in staat stellen om afwegingen te maken in de keuze tot (uitstel van) een passende behandeling ten tijde van een volgende pandemie.

Lucht in het systeem

Wat Kruijff verder zag in de data is dat tijdens de coronapandemie kritischer werd gekeken naar de indicatiestelling voor een ingreep. De richtlijnen werden strikter nageleefd. ‘Na de pandemie werd de indicatiestelling weer ruimer. Wanneer de druk oploopt, gaan dokters dus strakker triëren en dat geeft ruimte op de verpleegafdelingen. Verder bleek uit de data dat opname op een ic na een grote operatie niet altijd nodig is. Medium care is vaak voldoende. Wanneer toch een complicatie optreedt, kunnen behandelteams deze op een adequate manier opvangen. Uit beide bevindingen blijkt dat er nog altijd lucht in het systeem zit. Dat is goed, ruimte voor af en toe een praatje met een patiënt of met elkaar is belangrijk. Bij crises kan de lucht eruit, maar zorgverleners moeten niet continu onder druk staan.’

Winst voor patiënt en samenleving

Met de informatie uit de data kunnen we reflecteren op hoe we zijn omgegaan met zorgschaarste tijdens de pandemie, vindt Kruijff. ‘Kankerbehandelingen ernstig prioriteren, ten koste van mensen met goedaardige aandoeningen, is begrijpelijk. Maar als je kijkt naar zo veel mogelijk winst voor zowel patiënt als samenleving, dan is deze prioritering niet voor de hand liggend. Dat ik dat vind, als oncologisch chirurg, wil wat zeggen. Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging. Dat maakt het COVID-Surg-III-project een maatschappelijk onderzoek. Het gaat echt over passende zorg.’

Saaie dingen doen

Het onderzoek leverde kennis op die bruikbaar is bij de huidige zorgschaarste. Kruijff vindt dat nog relevanter dan pandemische paraatheid. ‘Wanneer we weer met een pandemie te maken hebben, bepaalt het soort virus wat voor zorg er nodig is. Wie zegt dat het weer om een longvirus zal gaan, waarbij we weer schaarse en dure ic’s nodig hebben? Zorgschaarste is een reëler probleem, misschien wel voor de komende 30 jaar.’  Daarbij heeft het onderzoek duidelijk gemaakt dat de uiteenlopende registraties zich ook lenen voor overkoepelende, maatschappelijke vragen waarop we anders geen antwoord zouden hebben. ‘Werkgevers moeten zich realiseren dat dataregistratie een belangrijke taak is van zorgverleners en dat daar tijd voor ingeruimd moet worden’, zegt Kruijff. ‘Misschien help je daar wel meer mensen mee dan wanneer je iemand op de spoed ziet. Saaie dingen doen heeft soms meer impact dan rennen door een gang.’ ←

Meer informatie

Arrow-prev Arrow-next