
Supermarkten vol met ongezonde producten, 5 snackbars in 1 wijk, bierreclame bij een voetbalwedstrijd, de lobby van het bedrijfsleven in Den Haag. Commerciële belangen staan vaak haaks op het belang van de volksgezondheid. Dit alles heeft negatieve gevolgen voor de sociaaleconomische gezondheidsverschillen in Nederland. Epidemioloog Joreintje Mackenbach van Amsterdam UMC pleit voor meer bewustwording bij nationale en lokale overheden en laat in een recent rapport zien wat zij kunnen doen.
Tekst: Jessica Maas ¦ Fotografie: Hans Tak

Epidemioloog Joreintje Mackenbach
‘Supermarkten zijn niet in het leven geroepen om gezondheid te bevorderen, maar om geld te verdienen.’

De sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn groot in Nederland. Mensen met basisonderwijs of vmbo leven gemiddeld 5 jaar korter dan mensen met een hbo- of universitaire opleiding en leven 14 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Veelzeggende cijfers die bepaald worden door een opeenstapeling van factoren. Van een ongunstige leefomgeving, leefstijl tot armoede en schulden. Wanneer deze factoren zich opstapelen wordt de kans op gezondheidsproblemen groter.
Voedselomgeving
Een andere factor die ook mee speelt en waarvan de gevolgen vaak ongelijk terecht komen, is de invloed van het bedrijfsleven op de volksgezondheid. Epidemioloog Joreintje Mackenbach richt zich al sinds het begin van haar onderzoekscarrière op de omgeving waar mensen wonen, de voedselomgeving. Ze deed onderzoek naar hoe die omgeving bepaalde voedselkeuzes en daarmee de gezondheid beïnvloedt. Het Supreme Nudge onderzoek, gesteund door ZonMw, waarin onderzoekers samenwerkten met supermarkten om deze gezonder in te richten om op die manier hart- en vaatziekten te verlagen, deed haar de ogen openen. ‘Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Supermarkten zijn niet in het leven geroepen om gezondheid te bevorderen, maar om geld te verdienen.
We liepen toen meteen al tegen die commerciële belangen aan en die staan op gespannen voet met het belang van volksgezondheid.’ Uiteindelijk bleek uit de studie dat alle inspanningen om de supermarkt “gezonder te maken” geen enkel effect hadden.’
Mackenbach: ‘Supermarkten zitten ook vast in het systeem waarin ze opereren. Het zou dus eigenlijk de overheid moeten zijn die een gelijk speelveld regelt. Het antwoord van de overheid daarop was dat “de vrije markt” dit moet oplossen.’
Spanningsveld
Het maakte de onderzoeker, die in 2023 ook een Vidi-beurs voor haar werk ontving, nieuwsgierig naar het spanningsveld tussen commerciële en politieke belangen om de volksgezondheid te bevorderen. ‘En dat is vaak toch de olifant in de kamer. Wat ik graag met mijn onderzoek wil blootleggen, is dat de voedselomgeving niet zomaar in een vacuüm is ontstaan. Nee, daar zitten allerlei drijvende krachten achter. En bedrijven kunnen alleen maar invloed uitoefenen op onze gezondheid als het bestuurlijk model dat toelaat.’

Impact
Jaarlijks sterven zo’n 2,7 miljoen mensen als gevolg van de producten en activiteiten van 4 grote industrieën: de tabaksindustrie, de alcoholindustrie, de sterk-bewerkte voedingsmiddelenindustrie en de fossiele brandstoffenindustrie. In Nederland sterven jaarlijks bijna 20.000 mensen door roken en ongeveer 2.400 mensen door alcohol. Mensen met een lage sociaaleconomische positie worden vaker en harder getroffen, zowel door slechte arbeidsomstandigheden als door ongezonde leefomgevingen en doelgerichte marketing blijkt ook uit het WHO-rapport Commercial Determinants of Noncommunicable Diseases in the WHO European Region
Bron: Lokale aanpak van de commerciële determinanten van gezondheid - Gezond Leven

Beïnvloeding wetenschap
Die commerciële beïnvloeding gaat verder dan alleen de producten die verkocht worden, benadrukt ze. Het gaat ook om commerciële praktijken en systemen. Zoals bijvoorbeeld het beïnvloeden van de wetenschap door het sponsoren van onderzoek. ‘De alcoholindustrie doet dat bijvoorbeeld heel strategisch, waardoor er verwarring in de samenleving ontstaat over hoe schadelijk alcohol nu werkelijk is. Door die verwarring blijft regulering uit en gaat de verkoop gewoon door. Terwijl er op maatschappelijk niveau ondertussen wel veel kosten ontstaan door gezondheids- of milieuschade.’ Het gaat daarbij altijd om lange termijn gevolgen, benadrukt ze. ‘En dat maakt het ook zo ingewikkeld. Er is niet sprake van een directe oorzaak en gevolg. Het is niet zo dat je vandaag een glas cola drinkt en morgen hart- en vaatziekten hebt.’
Stevige lobby
Ze wijst ook op de stevige lobby van het bedrijfsleven die het beleid op allerlei manieren probeert te beïnvloeden. ‘Een duidelijk voorbeeld is het Nationale Preventieakkoord, ook daar waren bedrijven bij betrokken, met als resultaat alleen maar vrijwillige afspraken. Is dan het doel om de gezondheid te bevorderen of was het doel om iedereen te vriend te houden?’
‘Wat ik graag met mijn onderzoek wil blootleggen is dat de voedselomgeving niet zomaar in een vacuüm is ontstaan. Nee, daar zitten allerlei drijvende krachten achter.’
Waar die terughoudendheid om meer te reguleren bij de overheid vandaan komt? Dat heeft volgens de onderzoeker alles te maken met het idee dat mensen vrij zijn om eigen keuzes te bepalen. ‘Dat vinden we een heel groot goed en dat idee wordt door de lobby van de industrie ook graag gepromoot. Maar de vraag is hoe vrij we eigenlijk zijn?’ Volgens Mackenbach moeten mensen inderdaad de vrijheid hebben om gezond te kiezen. ‘En daar is nu geen sprake van. In de supermarkt ligt de verhouding tussen gezond en ongezond, op 20%-80%. We worden constant verleid. Op onze telefoons, op straat, in de bus. We worden doodgegooid met reclames voor gokken, alcohol, burgers, chocolade. Dat kan ons brein gewoonweg niet aan, we reageren op prikkels. En al die prikkels sturen ons richting ongezond.’
Wapenen tegen ongezonde invloeden
Onderzoek wijst uit dat mensen met een lagere sociaaleconomische positie (SEP) onevenredig geraakt worden door deze ongezonde invloeden. Mackenbach: ‘Rijkere mensen kunnen bijvoorbeeld meer geld besteden aan gezonde voeding, aan private zorg. En commerciële arbeidspraktijken kunnen bijvoorbeeld ook bijdragen aan baanonzekerheid en lage lonen, waar ook mensen met een lagere SEP eerder door geraakt worden. ‘Het is toch eigenlijk heel vreemd dat we het heel normaal vinden om kinderen en volwassen te leren om zich te wapenen tegen al die ongezonde invloeden. Er zijn allerlei leefstijlinterventies en cursussen maar we vinden het blijkbaar heel lastig om die omgeving gezonder te maken.’ Volgens Mackenbach is daarom belangrijk dat beleidsmakers zich meer bewust zijn van die commerciële beïnvloeding. Ook bij burgers mag best meer verontwaardiging ontstaan: ‘Er zijn mensen die geld verdienen aan onze ongezondheid.’
Lokale overheden
Het nieuwe rapport Lokale aanpak van de commerciële determinanten van gezondheid - Gezond Leven, dat recent is opgeleverd met steun van de Hartstichting en ZonMw, moet lokale overheden hierbij helpen. Het rapport biedt veel praktische tips en handvatten voor beleidsmakers bij gemeenten. Volgens Mackenbach is het belangrijk om juist lokale overheden ook handelingsperspectief te bieden. Het is namelijk niet alleen de nationale overheid die hier wat aan kan doen. ‘Ja dit gaat vaak over multinationals die wereldwijd opereren, maar ook op lokaal niveau zijn er nog een hoop dingen te doen.’ Zoals bijvoorbeeld het weren van bepaalde reclames uit het straatbeeld, zoals steeds meer gemeenten doen. Zo worden in Amsterdam vanaf 1 mei reclames voor vlees en fossiele brandstoffen verboden. De gemeente Wageningen heeft besloten helemaal geen reclames in bushokjes meer toe te staan.

Invloed van commerciële industrieën op lokaal niveau
Bron: Lokale aanpak van de commerciële determinanten van gezondheid - Gezond Leven

Sponsorbeleid
Een andere tip aan gemeenten is om het sponsorbeleid kritisch tegen het licht te houden. ‘Willen we dat dit sportevenement waar ook veel kinderen komen gesponsord wordt door een biermerk of fastfoodketen? Denk daar eens over na.’ Ze raadt gemeenten aan om zeker niet alleen naar de negatieve invloeden te kijken, maar juist ook naar positieve voorbeelden. ‘Zo zijn er gemeenten die gezinnen met weinig geld en een pasgeboren baby een pakket wasbare luiers cadeau doen. Daar help je deze gezinnen mee en dat bespaart een enorme hoeveelheid afval. Voor een gemeente is dat een heel kleine investering.’ Ze vindt het een mooi voorbeeld van ‘anders kijken’ op een heel praktische manier. ‘Ik hoop echt dat beleidsadviseurs na het lezen van het onderzoek ook inventiever en creatiever worden in het bedenken hoe het ook anders kan.’ ←
