Dialoog
Nicole Hunfeld en Wouter Hehenkamp over duurzame zorg
De fase van laaghangend fruit is voorbij
De duurzame zorg-beweging groeit en bloeit. Na het laaghangende fruit wordt het tijd voor het hoger hangend-fruit. Volgens Nicole Hunfeld en Wouter Hehenkamp zijn we daar nog niet. Daarvoor moeten we af van de gedachte ‘het kan niet op in de zorg’. Ook zullen systeemspelers, zoals de farmaceutische industrie, meer moeten meebewegen.
Tekst: Joost Bijlsma ¦ Fotografie: Thomas Duiker
Nicole Hunfeld en Wouter Hehenkamp zijn boegbeelden van de duurzame zorg-beweging. Hunfeld is ziekenhuisapotheker en chief sustainability officer op de intensive care (IC) bij het Erasmus MC in Rotterdam. Zij leidt duurzame zorgprogramma’s als Esch-R (NWO) en het Citrienfondsprogramma Samen de zorg vergroenen (ZonMw). Gynaecoloog Hehenkamp is hoogleraar doelmatige en duurzame zorg. Hij doet onder meer onderzoek naar hoe patiënten zich verhouden tot duurzame zorg. In het Amsterdam UMC is hij verantwoordelijk voor het verduurzamen van het onderzoek. Ook fungeert hij, net als Hunfeld, als duurzame zorg-influencer voor zijn beroepsgroep. Zo probeert hij zijn beroepsgenoten te bewegen bewuster te zijn in hun vlieggedrag.
Zaadje
Het verhaal over hoe het duurzame zorg-zaadje bij hen is geplant, verschilt bij de 2 dialoogpartners. Hunfeld: ‘Bij mij gebeurde dit in de COVID-tijd. Ik schrok van de uitpuilende bakken afval bij de IC’s en de enorme afhankelijkheid van wegwerpspullen uit China. Ik zei tegen Diederik (Gommers, hoofd IC-afdeling bij Erasmus MC, red.) “dit is niet oké, hè?” Hij vroeg mij of ik dat kon aanpakken. Daarna ben ik begonnen met het verzamelen van data over hoe milieubelastend de hulpmiddelen zijn die we op de IC gebruiken. Dat duurzame zat er eigenlijk al in. Als apotheker was ik bezig met zuiniger omgaan met medicatie.’
Bij Hehenkamp is de interesse voor duurzame zorg geleidelijk ontstaan. ‘Als je, zoals ik, bezig bent met doelmatige, zinnige of passende zorg, dan zit je ook zomaar op duurzame zorg. We doen heel veel dingen die we helemaal niet hoeven doen. Daar kwam bij mij bij dat het in mijn DNA zit om na te denken over de maatschappelijke gevolgen van mijn handelen. Mijn oma was een soort klimaatactivist avant la lettre; ze ging met gebruikte broodzakken terug naar de winkel. Toen mijn zoon werd geboren, kwam het besef: alles wat wij nu doen, gaat hem straks aan. Ik vind het te kaal om alleen te werken aan datagedreven doelmatigheid. We moeten ook voelen wat die getallen voor gevolgen hebben voor de volgende generatie.’
Trots kopiëren
Werken aan duurzame zorg betekent voor Hunfeld vooral het aanjagen van duurzame praktijken op de werkvloer. ‘Dat gaat steeds gemakkelijker. Als we een seminar organiseren over duurzame zorg is er over belangstelling nooit te klagen. We maken in ons ziekenhuis nu duidelijk de beweging. Steeds meer duurzame praktijken worden geïmplementeerd. Het verkrijgen van data, bijvoorbeeld van afval op de IC (zie de Infographic Duurzame zorg in het volgende artikel, red.), is de crux geweest. Als je collega of vakgenoten teruggeeft welke gevolgen hun handelingen hebben, dan willen ze best iets doen.’
Ook buiten de muren van Erasmus MC jaagt Hunfeld duurzame praktijken aan. Als programmaleider van het Citrienfondsprogramma Samen de zorg vergroenen ondersteunt ze landelijk verpleegafdelingen bij het invoeren van 21 interventies. Daaronder vallen bijvoorbeeld het verminderen van handschoenengebruik en het invoeren van herbruikbare babyflessen en isolatiejassen. ‘Dat klinkt simpel, maar je verandert zulk gedrag niet zomaar. Daar hebben verpleegkundigen hun handen al aan vol. We hebben daarom bewust gekozen voor praktijken met veel impact die je van een ander trots kunt kopiëren.’
Vergaande ambities
Hehenkamp richt zich in het versnellen van de beweging vooral op onderzoek en mede-onderzoekers. Zo werkt hij aan onderzoek dat inzicht geeft in de duurzaamheid van medische ingrepen. Daarnaast doet hij zijn best om zorgcollega’s zover te krijgen dat ze duurzaamheid in hun onderzoek meenemen. ‘In een recent position paper voor Amsterdam UMC hebben we vergaande ambities vastgelegd. 1 daarvan is dat in de helft van alle publicaties in onze organisatie ecologische duurzaamheid een plek moet krijgen in methodologie of resultaten. Ook willen we de CO2-uitstoot gerelateerd aan ons onderzoek terugdringen met 30%, ten opzichte van 2018.’

Wouter Hehenkamp, gynaecoloog en hoogleraar doelmatige en duurzame zorg

De snelle opmars van de duurzame beweging in de ziekenhuizen is mooi. Maar het is in de ogen van Hehenkamp niet vanzelfsprekend dat deze ook doorzet. ‘Er is meer nodig. Wat we nu doen, zie ik vooral als het laaghangende fruit plukken. Veranderingen, zoals paracetamol via tabletten in plaats van een infuus toedienen, wekken weinig weerstand op. Iets anders is als je begint over het vliegen naar congressen. Dat voelt voor de collega’s alsof hen iets wordt afgenomen. Terwijl dat in universitair medisch centra zo’n 12% van de totale CO2-uitstoot door medisch-wetenschappelijk onderzoek behelst. De voorkeur lijkt nu nog uit te gaan naar kleine procesoptimalisaties, maar wel hetzelfde blijven doen als we al deden. Dingen minder of helemaal niet meer doen is een stuk lastiger. Toch is ook dat noodzakelijk.’
Hooghangend fruit
Hunfeld: ‘De fase van het laaghangende fruit hebben we in de meeste ziekenhuizen inderdaad wel gehad. We moeten door. Maar het lastige is: dat zit niet altijd bij het ziekenhuis. Er moeten dan veel verschillende systeemspelers op knopjes drukken, zoals de toeleverende industrie. Daar zit wel wat beweging in. Aan ons Esch-R-onderzoek doen koplopers in de hulpmiddelenindustrie mee die werken aan minder materiaalgebruik of refurbished apparaten. Maar de farmaceutische industrie beweegt nog niet of nauwelijks. Een voorbeeld is het veranderen van een infuuszak zodat wij die kunnen recyclen. Dat is niet megamoeilijk, maar de deur blijft dicht. Ook iets eenvoudigs als een dosering veranderen om verspilling tegen te gaan is lastig. Ik snap dat ze een productielijn niet zomaar kunnen aanpassen, maar je kunt ook zeggen: dat gaan we over 3 jaar doen. Ook dat gebeurt niet.’
‘In mijn verhaal noem ik heel vaak duurzaamheid niet eens meer. Ik zeg dat ik verspilling wil tegengaan en ervoor wil zorgen dat we ook als er iets gebeurt in de wereld voldoende spullen hebben.’
Nicole Hunfeld
Hehenkamp denkt dat we vaker het gesprek moeten durven voeren over de groei van de zorg. ‘Als we zo doorgaan, wordt het steeds meer en meer. Alles groeit en groeit, ook medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dat is er veelal op gericht om nog beter te behandelen. Het budget voor de zorg, wordt alleen maar groter en meer. Ook omdat we mensen steeds langer in leven houden. Dus het is een soort olietanker. Die sturen we wel wat bij met procesaanpassingen, groene energie en hier en daar wat gerecycled materiaal. Maar die olietanker blijft grofweg dezelfde kant op varen. Dat is het hoofdprobleem.’
Patiënt
De stap naar ‘mag het een onsje minder’ is in onze overvloedige zorgsituatie een duivels dilemma. Durven we mensen te vragen af te zien van een waarschijnlijk onnodig onderzoek? Kunnen we de milieubelasting meewegen bij de keuze voor bepaalde behandelingen? Volgens Hehenkamp zijn er zeker patiënten aan wie je dit laatste kunt vragen. ‘Onder zwangere vrouwen, bijvoorbeeld, vind je best een categorie die duurzaamheid meeweegt. Die vraagt zich af: moet ik echt nog komen of niet? De groep die bewust zorg wil minderen vanwege duurzaamheid - zo blijkt uit een enquête onder 9.000 patiënten door de Patiëntenfederatie Nederland - bedraagt zo’n 15%. Dat gaat wel om een groeiende groep. Deze kan groter worden als je mensen goed voorlicht.’
Hunfeld: ‘Duurzaamheid ter sprake brengen ligt gevoelig. Zo zag ons patiëntenpanel het niet zitten om autogebruik van patiënten te ontmoedigen. Begrijpelijk, want als jij je beroerd voelt, kan het fijn zijn om met de auto te komen of gebracht te worden.’
Hehenkamp: ‘Bij andere thema’s staan patiënten meer open voor discussie; ze ergeren zich aan het afval of de verspilling van medicatie. Je zag in ons onderzoek dat mensen vooral duurzaamheid mee willen wegen als het effect van de behandeling gelijk is. Ook de ernst van de aandoening speelt mee. Bij minder ernstige ziektebeelden zijn mensen meer geneigd om het mee te nemen. Duurzaamheid verdwijnt naar de achtergrond als het een ernstige ziekte betreft, bijvoorbeeld kanker, of de behandeling van je kind. Belangrijk is dat we niet alles bij het individu laten maar als maatschappij grenzen stellen. Dat doen we overigens ook al. Bijvoorbeeld door in ons land bij een IVF-behandeling een grens van 43 jaar voor de moeder te hanteren.’

Nicole Hunfeld, ziekenhuisapotheker en 'chief sustainability officer' op de intensive care bij het Erasmus MC in Rotterdam

Hunfeld: ‘Ik denk dat we in ons verhaal voor het waarom van duurzame zorg ook de link naar schaarste van grondstoffen nog duidelijker moeten maken. In Nederland zijn we al voor 34 metalen die in al onze spullen zitten, afhankelijk van China. Daar hoor je bijna niemand over. En in de zorg ligt daar de focus ook helemaal niet op, maar die moet daar wel meer heen. In de COVID-tijd beseften we even hoe afhankelijk we waren, maar daarna zijn weer gewoon op de oude voet verder gegaan. In mijn verhaal noem ik heel vaak duurzaamheid niet eens meer. Ik zeg dat ik verspilling wil tegengaan en ervoor wil zorgen dat we ook als er iets gebeurt in de wereld voldoende spullen hebben.’
Richtlijnen
Er zijn nog wel meer knoppen waar we aan moeten draaien voor een verdere versnelling van duurzame zorg. Zo mag er meer ruimte komen voor medische richtlijnen die duurzame zorg ondersteunen, vindt Hunfeld. ‘Een voorbeeld is een SRI (Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie)-richtlijn voor het gebruik van lijnen van intravasale katheters. Wij kregen ineens te horen dat, op basis van oude literatuur, zou blijken dat er geen (wetenschappelijk) bewijs is voor langer gebruik. Terwijl wij dat in de praktijk al deden. Bij het ontwikkelen van de nieuwe richtlijn had niemand zich verdiept in deze praktijk. Er zat ook niemand met een duurzame achtergrond in de richtlijncommissie. Dan loop je dus hartstikke vast. Heel idioot is ook dat we vaak dingen die zonder bewijs zijn ingevoerd, alleen met bewijs mogen stoppen.’
‘Laten we in principe gewoon gaan voor herbruikbaar als het kan en wegwerp als het moet.’
Wouter Hehenkamp
Hehenkamp: ‘Ik vraag me ook vaak af: moeten we alles opnieuw onderzoeken? We hebben nu met heel veel studies vastgesteld dat herbruikbaar beter is dan wegwerp. Moeten we dat voor elk nieuw tangetje opnieuw doen? Laten we in principe gewoon gaan voor herbruikbaar als het kan en wegwerp als het moet.’
Wat duurzame zorg mogelijk meewind kan geven, is de eis om bij nieuw onderzoek iets over duurzaamheid te vermelden. Die evidente voorwaarde stelt ZonMw bij aanvragen. Hunfeld: ‘Het is nog lastig om zo’n duurzaamheidsclaim te beoordelen. Het ontbreekt aan methoden en duurzaam onderlegde referenten.’
Hehenkamp. ‘Deze methodeontwikkeling voor duurzaamheid moet zich nog ontwikkelen, net zoals vroeger bij de eis om iets over de kosten te zeggen. Maar in die methodeontwikkeling gaan we ZonMw natuurlijk met alle macht ondersteunen.’ Hunfeld: ‘Met deze eis lopen we wereldwijd voorop. Dat laat zien dat de beweging van duurzame zorg in ons land niet meer is weg te denken.’ ←

Dialoog
Nicole Hunfeld en Wouter Hehenkamp over duurzame zorg
De fase van laaghangend fruit is voorbij

De duurzame zorg-beweging groeit en bloeit. Na het laaghangende fruit wordt het tijd voor het hoger hangend-fruit. Volgens Nicole Hunfeld en Wouter Hehenkamp zijn we daar nog niet. Daarvoor moeten we af van de gedachte ‘het kan niet op in de zorg’. Ook zullen systeemspelers, zoals de farmaceutische industrie, meer moeten meebewegen.
Tekst: Joost Bijlsma ¦ Fotografie: Thomas Duiker
Nicole Hunfeld en Wouter Hehenkamp zijn boegbeelden van de duurzame zorg-beweging. Hunfeld is ziekenhuisapotheker en chief sustainability officer op de intensive care (IC) bij het Erasmus MC in Rotterdam. Zij leidt duurzame zorgprogramma’s als Esch-R (NWO) en het Citrienfondsprogramma Samen de zorg vergroenen (ZonMw). Gynaecoloog Hehenkamp is hoogleraar doelmatige en duurzame zorg. Hij doet onder meer onderzoek naar hoe patiënten zich verhouden tot duurzame zorg. In het Amsterdam UMC is hij verantwoordelijk voor het verduurzamen van het onderzoek. Ook fungeert hij, net als Hunfeld, als duurzame zorg-influencer voor zijn beroepsgroep. Zo probeert hij zijn beroepsgenoten te bewegen bewuster te zijn in hun vlieggedrag.
Zaadje
Het verhaal over hoe het duurzame zorg-zaadje bij hen is geplant, verschilt bij de 2 dialoogpartners. Hunfeld: ‘Bij mij gebeurde dit in de COVID-tijd. Ik schrok van de uitpuilende bakken afval bij de IC’s en de enorme afhankelijkheid van wegwerpspullen uit China. Ik zei tegen Diederik (Gommers, hoofd IC-afdeling bij Erasmus MC, red.) “dit is niet oké, hè?” Hij vroeg mij of ik dat kon aanpakken. Daarna ben ik begonnen met het verzamelen van data over hoe milieubelastend de hulpmiddelen zijn die we op de IC gebruiken. Dat duurzame zat er eigenlijk al in. Als apotheker was ik bezig met zuiniger omgaan met medicatie.’
Bij Hehenkamp is de interesse voor duurzame zorg geleidelijk ontstaan. ‘Als je, zoals ik, bezig bent met doelmatige, zinnige of passende zorg, dan zit je ook zomaar op duurzame zorg. We doen heel veel dingen die we helemaal niet hoeven doen. Daar kwam bij mij bij dat het in mijn DNA zit om na te denken over de maatschappelijke gevolgen van mijn handelen. Mijn oma was een soort klimaatactivist avant la lettre; ze ging met gebruikte broodzakken terug naar de winkel. Toen mijn zoon werd geboren, kwam het besef: alles wat wij nu doen, gaat hem straks aan. Ik vind het te kaal om alleen te werken aan datagedreven doelmatigheid. We moeten ook voelen wat die getallen voor gevolgen hebben voor de volgende generatie.’
Trots kopiëren
Werken aan duurzame zorg betekent voor Hunfeld vooral het aanjagen van duurzame praktijken op de werkvloer. ‘Dat gaat steeds gemakkelijker. Als we een seminar organiseren over duurzame zorg is er over belangstelling nooit te klagen. We maken in ons ziekenhuis nu duidelijk de beweging. Steeds meer duurzame praktijken worden geïmplementeerd. Het verkrijgen van data, bijvoorbeeld van afval op de IC (zie de Infographic Duurzame zorg in het volgende artikel, red.), is de crux geweest. Als je collega of vakgenoten teruggeeft welke gevolgen hun handelingen hebben, dan willen ze best iets doen.’
Ook buiten de muren van Erasmus MC jaagt Hunfeld duurzame praktijken aan. Als programmaleider van het Citrienfondsprogramma Samen de zorg vergroenen ondersteunt ze landelijk verpleegafdelingen bij het invoeren van 21 interventies. Daaronder vallen bijvoorbeeld het verminderen van handschoenengebruik en het invoeren van herbruikbare babyflessen en isolatiejassen. ‘Dat klinkt simpel, maar je verandert zulk gedrag niet zomaar. Daar hebben verpleegkundigen hun handen al aan vol. We hebben daarom bewust gekozen voor praktijken met veel impact die je van een ander trots kunt kopiëren.’
Vergaande ambities
Hehenkamp richt zich in het versnellen van de beweging vooral op onderzoek en mede-onderzoekers. Zo werkt hij aan onderzoek dat inzicht geeft in de duurzaamheid van medische ingrepen. Daarnaast doet hij zijn best om zorgcollega’s zover te krijgen dat ze duurzaamheid in hun onderzoek meenemen. ‘In een recent position paper voor Amsterdam UMC hebben we vergaande ambities vastgelegd. 1 daarvan is dat in de helft van alle publicaties in onze organisatie ecologische duurzaamheid een plek moet krijgen in methodologie of resultaten. Ook willen we de CO2-uitstoot gerelateerd aan ons onderzoek terugdringen met 30%, ten opzichte van 2018.’

Wouter Hehenkamp, gynaecoloog en hoogleraar doelmatige en duurzame zorg
De snelle opmars van de duurzame beweging in de ziekenhuizen is mooi. Maar het is in de ogen van Hehenkamp niet vanzelfsprekend dat deze ook doorzet. ‘Er is meer nodig. Wat we nu doen, zie ik vooral als het laaghangende fruit plukken. Veranderingen, zoals paracetamol via tabletten in plaats van een infuus toedienen, wekken weinig weerstand op. Iets anders is als je begint over het vliegen naar congressen. Dat voelt voor de collega’s alsof hen iets wordt afgenomen. Terwijl dat in universitair medisch centra zo’n 12% van de totale CO2-uitstoot door medisch-wetenschappelijk onderzoek behelst. De voorkeur lijkt nu nog uit te gaan naar kleine procesoptimalisaties, maar wel hetzelfde blijven doen als we al deden. Dingen minder of helemaal niet meer doen is een stuk lastiger. Toch is ook dat noodzakelijk.’
Hooghangend fruit
Hunfeld: ‘De fase van het laaghangende fruit hebben we in de meeste ziekenhuizen inderdaad wel gehad. We moeten door. Maar het lastige is: dat zit niet altijd bij het ziekenhuis. Er moeten dan veel verschillende systeemspelers op knopjes drukken, zoals de toeleverende industrie. Daar zit wel wat beweging in. Aan ons Esch-R-onderzoek doen koplopers in de hulpmiddelenindustrie mee die werken aan minder materiaalgebruik of refurbished apparaten. Maar de farmaceutische industrie beweegt nog niet of nauwelijks. Een voorbeeld is het veranderen van een infuuszak zodat wij die kunnen recyclen. Dat is niet megamoeilijk, maar de deur blijft dicht. Ook iets eenvoudigs als een dosering veranderen om verspilling tegen te gaan is lastig. Ik snap dat ze een productielijn niet zomaar kunnen aanpassen, maar je kunt ook zeggen: dat gaan we over 3 jaar doen. Ook dat gebeurt niet.’
‘In mijn verhaal noem ik heel vaak duurzaamheid niet eens meer. Ik zeg dat ik verspilling wil tegengaan en ervoor wil zorgen dat we ook als er iets gebeurt in de wereld voldoende spullen hebben.’
Nicole Hunfeld
Hehenkamp denkt dat we vaker het gesprek moeten durven voeren over de groei van de zorg. ‘Als we zo doorgaan, wordt het steeds meer en meer. Alles groeit en groeit, ook medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dat is er veelal op gericht om nog beter te behandelen. Het budget voor de zorg, wordt alleen maar groter en meer. Ook omdat we mensen steeds langer in leven houden. Dus het is een soort olietanker. Die sturen we wel wat bij met procesaanpassingen, groene energie en hier en daar wat gerecycled materiaal. Maar die olietanker blijft grofweg dezelfde kant op varen. Dat is het hoofdprobleem.’
Patiënt
De stap naar ‘mag het een onsje minder’ is in onze overvloedige zorgsituatie een duivels dilemma. Durven we mensen te vragen af te zien van een waarschijnlijk onnodig onderzoek? Kunnen we de milieubelasting meewegen bij de keuze voor bepaalde behandelingen? Volgens Hehenkamp zijn er zeker patiënten aan wie je dit laatste kunt vragen. ‘Onder zwangere vrouwen, bijvoorbeeld, vind je best een categorie die duurzaamheid meeweegt. Die vraagt zich af: moet ik echt nog komen of niet? De groep die bewust zorg wil minderen vanwege duurzaamheid - zo blijkt uit een enquête onder 9.000 patiënten door de Patiëntenfederatie Nederland - bedraagt zo’n 15%. Dat gaat wel om een groeiende groep. Deze kan groter worden als je mensen goed voorlicht.’
Hunfeld: ‘Duurzaamheid ter sprake brengen ligt gevoelig. Zo zag ons patiëntenpanel het niet zitten om autogebruik van patiënten te ontmoedigen. Begrijpelijk, want als jij je beroerd voelt, kan het fijn zijn om met de auto te komen of gebracht te worden.’
Hehenkamp: ‘Bij andere thema’s staan patiënten meer open voor discussie; ze ergeren zich aan het afval of de verspilling van medicatie. Je zag in ons onderzoek dat mensen vooral duurzaamheid mee willen wegen als het effect van de behandeling gelijk is. Ook de ernst van de aandoening speelt mee. Bij minder ernstige ziektebeelden zijn mensen meer geneigd om het mee te nemen. Duurzaamheid verdwijnt naar de achtergrond als het een ernstige ziekte betreft, bijvoorbeeld kanker, of de behandeling van je kind. Belangrijk is dat we niet alles bij het individu laten maar als maatschappij grenzen stellen. Dat doen we overigens ook al. Bijvoorbeeld door in ons land bij een IVF-behandeling een grens van 43 jaar voor de moeder te hanteren.’

Nicole Hunfeld, ziekenhuisapotheker en 'chief sustainability officer' op de intensive care bij het Erasmus MC in Rotterdam
Hunfeld: ‘Ik denk dat we in ons verhaal voor het waarom van duurzame zorg ook de link naar schaarste van grondstoffen nog duidelijker moeten maken. In Nederland zijn we al voor 34 metalen die in al onze spullen zitten, afhankelijk van China. Daar hoor je bijna niemand over. En in de zorg ligt daar de focus ook helemaal niet op, maar die moet daar wel meer heen. In de COVID-tijd beseften we even hoe afhankelijk we waren, maar daarna zijn weer gewoon op de oude voet verder gegaan. In mijn verhaal noem ik heel vaak duurzaamheid niet eens meer. Ik zeg dat ik verspilling wil tegengaan en ervoor wil zorgen dat we ook als er iets gebeurt in de wereld voldoende spullen hebben.’
Richtlijnen
Er zijn nog wel meer knoppen waar we aan moeten draaien voor een verdere versnelling van duurzame zorg. Zo mag er meer ruimte komen voor medische richtlijnen die duurzame zorg ondersteunen, vindt Hunfeld. ‘Een voorbeeld is een SRI (Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie)-richtlijn voor het gebruik van lijnen van intravasale katheters. Wij kregen ineens te horen dat, op basis van oude literatuur, zou blijken dat er geen evidence is voor langer gebruik. Terwijl wij dat in de praktijk al deden. Bij het ontwikkelen van de nieuwe richtlijn had niemand zich verdiept in deze praktijk. Er zat ook niemand met een duurzame achtergrond in de richtlijncommissie. Dan loop je dus hartstikke vast. Heel idioot is ook dat we vaak dingen die zonder bewijs zijn ingevoerd, alleen met bewijs mogen stoppen.’
‘Laten we in principe gewoon gaan voor herbruikbaar als het kan en wegwerp als het moet.’
Wouter Hehenkamp
Hehenkamp: ‘Ik vraag me ook vaak af: moeten we alles opnieuw onderzoeken? We hebben nu met heel veel studies vastgesteld dat herbruikbaar beter is dan wegwerp. Moeten we dat voor elk nieuw tangetje opnieuw doen? Laten we in principe gewoon gaan voor herbruikbaar als het kan en wegwerp als het moet.’
Wat duurzame zorg mogelijk meewind kan geven, is de eis om bij nieuw onderzoek iets over duurzaamheid te vermelden. Die evidente voorwaarde stelt ZonMw bij aanvragen. Hunfeld: ‘Het is nog lastig om zo’n duurzaamheidsclaim te beoordelen. Het ontbreekt aan methoden en duurzaam onderlegde referenten.’
Hehenkamp. ‘Deze methodeontwikkeling voor duurzaamheid moet zich nog ontwikkelen, net zoals vroeger bij de eis om iets over de kosten te zeggen. Maar in die methodeontwikkeling gaan we ZonMw natuurlijk met alle macht ondersteunen.’ Hunfeld: ‘Met deze eis lopen we wereldwijd voorop. Dat laat zien dat de beweging van duurzame zorg in ons land niet meer is weg te denken.’ ←
Duurzame zorg, in de vorm van ecologische duurzaamheid, is een belangrijk element van waardegedreven zorg en is als thema ondergebracht in het ZonMw kaderprogramma Passende Zorg 2024–2028.
Binnen dit kaderprogramma is onder andere de subsidieoproep 'Onderzoeksmethodologie Passende zorg – Ecologische duurzaamheid' ingericht. Deze is gericht op het ontwikkelen en toepasbaar maken van methoden om de milieubelasting van bestaande zorg te meten, te verbeteren en te integreren in pakketbeheer, richtlijnen, samen beslissen en zorginkoop. Daarmee is duurzame/ecologisch verantwoorde zorg geen losstaand programma, maar een integraal onderdeel van Passende Zorg.