Actieonderzoek in de wijk:
Sporten voor gelijke kansen
Sport en bewegen hebben veel fysieke, sociale en mentale voordelen. Maar de kansen op deelname eraan zijn niet gelijk verdeeld. Wij(k) in Beweging wil daar wat aan doen, samen met bewoners in een lage sociaaleconomische positie. Onderzoeker Kirsten Verkooijen: ‘Het sociale aspect is minstens zo belangrijk als bewegen zelf.’
Tekst: Marc van Bijsterveldt ¦ Fotografie: Edith Scharloo, Peter Nelis
Kwaku festival in Amsterdam Zuidoost
Kirsten Verkooijen is universitair hoofddocent bij de vakgroep Gezondheid en Maatschappij van Wageningen University & Research.
Foto: Bob Bronshoff
Begrijpen waarom mensen dingen doen. Niet om ze te ‘veranderen’, maar om omstandigheden te creëren die positief gedrag stimuleren. Het motiveerde Kirsten Verkooijen om zich in Maastricht te bekwamen in de gedragskundige kant van de gezondheidswetenschappen. Ze promoveerde vervolgens in Denemarken op gezondheidsrisicogedrag van jongeren. Heel interessant én relevant, zegt ze, maar ze wilde naar een positievere insteek dan vooral de risico’s. Vandaar het thema sporten en bewegen, waarmee ze zich nu wetenschappelijk bezighoudt. ‘Ik maakte me steeds meer zorgen over ongelijkheid in gezondheid. Waardoor komt dat? Met goede kennis hierover kunnen we wat betekenen voor mensen die ondersteuning kunnen gebruiken.’
Kennis voor systeemverandering
Het projectleiderschap van Wij(k) in Beweging past haar dan ook perfect. Het is een project binnen MOOI in Beweging, een ZonMw-programma dat onderzoek en innovaties rond sport en bewegen beter wil laten aansluiten op de praktijk. In samenspraak met praktijkprofessionals zijn 6 ‘complexe maatschappelijke uitdagingen’ geformuleerd, kwesties die allang bestaan maar die steeds blijven voortslepen. Wij(k) in Beweging gaat over de eerste daarvan: 'Bewoners in aandachtswijken sporten minder'. Om te zorgen dat onderzoek en innovatie impact hebben, zijn volgens het ZonMw-programma verschillende partijen nodig: gebruiker/sporter, onderzoeker, overheid en bedrijfsleven; mensen die samen willen leren en innoveren. Zodat kennis daadwerkelijk leidt tot verandering. MOOI in Beweging bevordert daarvoor onder meer een intensieve samenwerking met de praktijk.
‘De actieonderzoekers lopen langere tijd mee in de wijk. Ze zijn geïnteresseerd in wat de bewoners bezighoudt.’
Samen aan de slag
Wij(k) in Beweging startte in november 2024 op 3 locaties: Slotermeer (Amsterdam), de Pierik (Zwolle) en Didam. Juist het uiteenlopende karakter van de locaties – een grootstedelijke multiculturele wijk, een ‘volkswijk’ en een dorp – maakt het volgens Verkooijen leerzaam er samen actieonderzoek te doen. De term ‘samen’ is daarbij essentieel. ‘We wilden overal zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande netwerken. Zo neem je meteen een voorschot op de bestendiging na afloop. Het mooie is dat we overal veel energie tegenkwamen om met elkaar aan de slag te gaan.’
Voortbouwen op netwerken
In Slotermeer waren gemeente en de sportserviceorganisatie bijvoorbeeld erg enthousiast. Het project paste daar goed bij bestaande maatschappelijke sportprogramma’s. Zoals de Sociaal Medische Beweegnetwerken, waarin zorg, welzijn, sport en buurtinitiatieven samenwerken. In de Pierik liep eerder al een van de living labs lage SEP van ZonMw, waarop Wij(k) in Beweging kon voortbouwen. Ontmoetingsplek De Stadkamer en de kerken zijn bijvoorbeeld belangrijke Zwolse partners. Verkooijen: ‘Didam is onze enige locatie waar we rond sport en bewegen nog een netwerk moesten opbouwen, maar er is beslist interesse vanuit maatschappelijke organisaties.’
Lastige omstandigheden
Elke locatie heeft een eigen actieonderzoeker die verbindt, aanjaagt en initiatieven faciliteert. Verkooijen: ‘In Didam werken we samen met een stichting die sportclubs koppelt. Ook haken scholen en bedrijven aan. De “stadkamer – die in Didam ‘”dorpskamer” heet – en welzijnsorganisatie Welcom doen mee.’ Elk actieonderzoek startte met uitgebreide gesprekken met bewoners. Daaruit komt dat mensen het belangrijk vinden fysiek én mentaal goed in hun vel te zitten. Ook zien zij dat sport en bewegen daaraan bijdragen, en veel bewoners zeggen daarmee in hun leven iets te willen. Toch kan het juist voor mensen in deze wijken lastig zijn dat om te zetten in daden, aldus Verkooijen. ‘Hun omstandigheden werken vaak niet mee. Wat als je geldzorgen hebt? Of de kinderen doen het niet goed op school? Of je hebt geen mensen om je heen die jou stimuleren? Op mijn werk gaan we elke dag lunchwandelen. Maar veel wijkbewoners hebben zo’n dagelijkse stimulans niet.’

Kwaku festival in Amsterdam Zuidoost
Kwaku festival in Amsterdam Zuidoost
Vragen stellen en luisteren
Het zijn duidelijke belemmeringen waar mensen tegenaan lopen, en Wij(k) in Beweging onderzoekt bewust allereerst wat bewoners tegenhoudt om te bewegen. Maar, zo benadrukt Verkooijen, de insteek is intussen positief. In lijn met wat ook wel de ‘asset-benadering’ heet, haakt het project aan bij de kracht van mensen, hun wensen én de kansen die ze zelf zien. In actieonderzoek is daar juist veel ruimte voor, vervolgt Verkooijen. Mensen vertellen graag hun verhaal en waarderen ook het luisterend oor. ‘De actieonderzoekers lopen langere tijd mee in de wijk. Ze zijn geïnteresseerd in wat de bewoners bezighoudt. Soms stuiten ze zo op een ogenschijnlijk kleine belemmering. Dan vertelt iemand: “ik vind wandelen leuk maar ik ken geen mensen om dat samen te doen”. Als de actieonderzoeker dan een wandelclubje weet, is het lijntje snel gelegd.’
‘We wilden overal zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande netwerken. Zo neem je meteen een voorschot op de bestendiging na afloop.’
Van de bank af
Maar structurele beweegstimulering is natuurlijk meer dan een individuele bewoner op weg helpen. De onderzoekers ontdekken inmiddels ook nogal wat systeembelemmeringen. Veel gemeenten hebben een 'meedoeregeling', maar die werkt lang niet altijd. Of de sociale barrières blijken hoog. Het ontbreekt mensen vaak aan een netwerk dat sport en bewegen stimuleert. In hun eentje durven ze de drempel naar een sportactiviteit niet over. Het is volgens Verkooijen een belangrijke les uit het project: het sociale aspect is minstens zo belangrijk als bewegen zelf. ‘In de Pierik trekken we het thema daarom bewust breder: van bewegen naar ontmoeten. Als je mensen prikkelt anderen op te zoeken, komen ze vanzelf van hun bank af. En ook díé stappen tellen mee.’
Overdraagbaar stappenplan
Wat kunnen anderen leren van de ervaringen binnen Wij(k) in Beweging? Verkooijen vertelt over een literatuuronderzoek naar ‘best-practices’ dat de actieonderzoekers concrete aanpakken aanreikt om barrières te doorbreken. Deze resultaten zijn goed te delen. Ook staat alles wat het project over het proces ontdekt straks in een overdraagbaar stappenplan. En er komt een podcast om het verhaal over de successen te vertellen. Voor een echte bestendiging ter plekke is het intussen nodig dat de samenwerking structureel wordt, vervolgt Verkooijen. ‘Het werkelijk vergroten van beweegparticipatie vergt blijvende aandacht. En het kost meer tijd dan wij nu hebben. Daarom kijken we nu al hoe de lokale werkgroepen na het project zelfstandig verder kunnen. Welke trekker kan het straks van de actieonderzoeker overnemen?’
Kansenongelijkheid verkleinen
Verkooijen hoopt dat de aanpak in de wijken – met samenwerking en participatie als uitgangspunt en actieonderzoek als methode – op veel meer plekken gaat landen. En dat mensen beseffen hoezeer de kracht in de breedte zit, inclusief het sociale aspect. ‘Uiteindelijk staat niet per se het bewegen voorop, maar het verkleinen van kansenongelijkheid. Alleen zo voorkom je dat de inzet op sport- en beweegstimulering voorbijgaat aan de mensen die het ’t hardst nodig hebben.’ ←

Meer informatie