dialoog
Nynke Boonstra en Schelto Kruijff
‘Passende zorg is eerste stap naar een enorme hervorming’
Het is een illusie dat de zorg alle kwalen in de samenleving kan genezen. Daar moeten we van af, vinden Nynke Boonstra en Schelto Kruijff. Ze zijn hoopvol dat we de noodzakelijke transitie naar passender zorg gaan maken. ‘De zorgprofessional van nu haalt de maatschappij veel meer binnen én treedt meer naar buiten.’
Tekst: Joost Bijlsma ¦ Fotografie: Sietske Raaijmakers
Nynke Boonstra en Schelto Kruijff weten beiden waar ze het over hebben als ze over hun vak praten. Boonstra is verpleegkundig specialist ggz en directeur zorg bij ggz-organisatie KieN. Zij behandelt met name mensen met psychosegevoeligheid. Kruijff werkt als oncologisch chirurg bij het UMCG in Groningen. In die organisatie jaagt hij daarnaast, als chief green officer, verduurzaming aan (Lees ook de Dialoog hierover in Impuls 9, red.). Hun beide disciplines mogen verschillen, Boonstra en Kruijff delen duidelijk een drijfveer. Ze maken zich zorgen over hoe we in de samenleving met zorg omgaan. Boonstra kan dat ei kwijt in de kerncommissie van het kaderprogrogramma Passende Zorg van ZonMw. Kruijff heeft zich in een recent verschenen boek de vraag gesteld ‘Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk’.
Verspilling
Het kost de twee dialoogpartners weinig tijd op dezelfde golflengte te komen. De noorderlingen draaien niet om de hete brij heen. De gedeelde drijfveer doet de rest.
Kruijff: ‘De basis is gewoon: ik haat verspilling en dus ook overbehandeling. En dat is eigenlijk al sinds ik dokter ben, niet sinds de introductie van het woord passende zorg.’
Boonstra: ‘We verspillen veel. Dan denk ik niet alleen aan materialen en producten, maar ook aan menselijk kapitaal. We doen van alles dubbel. Voor veel dingen in de psychiatrie hoeven we eigenlijk geen professionals in te zetten. Ook kunnen we veel meer voorkomen of mensen zelf, hun naasten of netwerk aan het werk zetten. Ik denk dat daar heel veel winst is te halen. Hetzelfde geldt voor de toenemende medicalisering van de samenleving. Veel eerder dan vroeger vinden we dat professionele zorg nodig is. Heel veel kinderen hebben nu de diagnose ADHD of autisme.’
Kruijff: ‘Herkenbaar. Bij een etentje laatst met goede vrienden bleek dat vier van vijf van hun kinderen aan de Ritalin zitten. Terwijl dit no nonsense types zijn, waarmee ik elk jaar ga wandelen. We spraken toen open over: waar komt dit vandaan? Hoe is het zover gekomen? Een van hen zei dat je ADHD kunt zien in het brein. Ik twijfelde even, maar dat is natuurlijk niet waar.’
Boonstra: ‘Nee, dat is inderdaad niet waar. Jouw voorbeeld laat het belang van passende zorg goed zien. Ook illustreert dit dat we het hier niet alleen over een zorgvraagstuk hebben. Het is misschien wel meer een maatschappelijk vraagstuk. Want de toenemende vraag naar zorg wordt vanuit de samenleving gepusht. Zo zie je vanuit ouders druk om tot een label ADHD te komen. Want dan krijgen hun kinderen meer tijd voor toetsen en mogen langer over hun studie doen. We moeten ons afvragen of we ons zorgsysteem zo niet overbelasten. Want mensen die erg in de war zijn moeten vaak lang wachten op hulp. Ik wil de lichtere problematiek niet bagatelliseren, maar ik denk dat we het verkeerde verhaal vertellen. Dat is het verhaal dat je met een klacht per se naar een hulpverlener moet die het voor je gaat oplossen. Het verhaal moet zijn: het leven is niet altijd makkelijk en maakbaar. Het wordt steeds ingewikkelder met alles wat er kan. En als je daar even niet goed in past, dan moet je dat leren verdragen en kijken hoe jij je aanpast.’
Kruijff: “Er speelt heel veel maatschappelijke context, die onze kinderen naar Ritalin duwt: alles moet snel en de juf houdt niet van onrustige jongens. Het is vreemd dat we verwachten dat de zorg dit oplost. Ik zie dat ook in het ziekenhuis. Patiënten hopen dat het leven weer precies zo wordt als het was. De zorg wordt gezien als een mystiek systeem met een toverstokje. Mijn vader, ook dokter, dacht nog dat wij artsen van ons voetstuk zouden vallen, omdat patiënten meer kennis kregen en mondiger werden. Daar merk ik niets van. Ik moet echt de hele tijd de verwachtingen bij patiënten temperen.’
Maakbaarheid
Kruijff en Boonstra vinden dat we sterk zijn doorgeschoten in onze zorgvraag. En dat we de verantwoordelijkheid voor gezondheid te veel bij de zorgprofessionals leggen.
Kruijff: ‘Vanwege mijn boek vertel ik nu vaak dat de medische zorg maar 11 procent van de gezondheidsuitkomsten verklaart. De rest hangt af van diverse factoren zoals leefstijl en allerlei omstandigheden. En dat terwijl we wel 110 miljard euro voor ons zorgstelsel betalen en de zorg veel vervuiling veroorzaakt. Je kunt je afvragen of we niet veel te veel doen. In de zorg volgen wij de eed van Hippocrates; we beloven lijden te verminderen. Meer niet. Patiënten blij maken met het verwijderen van een urinesteen kunnen we supergoed. Maar ons instituut is niet bedoeld om alle complexe problemen op te lossen die bijvoorbeeld optreden door een slechte leefstijl of sociale isolatie. Toch krijgen we als dokters steeds vaker te maken met complexe problematiek die hierdoor ontstaat.’

Nynke Boonstra, verpleegkundig specialist ggz en directeur zorg bij ggz-organisatie KieN.

Boonstra: ‘Ook de verwachtingen van de psychiatrie zijn te hoog. Wij hebben heel lang ons best gedaan om echt een medische wetenschap te zijn. Er is veel geïnvesteerd in hersenonderzoek, maar daar is eigenlijk niks uitgekomen. Ondertussen lijkt het beeld te bestaan dat psychische problemen altijd objectief meetbaar zijn, bijvoorbeeld met een scan. Hoewel professionele hulp en soms ook medicatie voor veel mensen waardevol kunnen zijn, ligt een belangrijk deel van herstel vaak ook in het leren omgaan met kwetsbaarheden, het ontwikkelen van veerkracht en het ontdekken van wat voor jou werkt. Het leven is niet maakbaar. De uitdaging is om een balans te vinden tussen professionele ondersteuning en vertrouwen in het eigen vermogen om met moeilijkheden om te gaan.’
Kruijff: ‘Maakbaarheid is eigenlijk één van de meest essentiële woorden, gecombineerd met een soort neoliberalisme, waarbij je met geld en grondstoffen alles oplost. Uiteindelijk keert de wal het schip. Dan zijn het geld en de mensen op.’
Boonstra: ‘Ons economische systeem, en in het bijzonder de marktwerking, stuwt de zorgvraag. Je hoeft maar de social media open te doen en het gaat over testjes. Heb jij dit? Heb jij daar last van? Daar moet je iets aan doen!’
Kruijff: ‘Die zijn zo dus de hele tijd aan het proberen ons meer verslaafd te maken aan zorg.’
Keuzes maken
Met de toenemende schaarste in de zorg is het essentieel om keuzes te maken. Het is echter de vraag of we dat wel durven doen. Vinden Boonstra en Kruijff dat we voldoende doorpakken?
Boonstra: “Niet echt. Wij zijn bijvoorbeeld bezig met allerlei projecten rondom kansrijk opgroeien. Maar op elk bushokje staat ondertussen The New Lemonade, om drankjes met alcohol te promoten. De kinderen willen dat allemaal proberen, al zijn ze dertien. Ik denk dan: wat zijn we aan het doen? Aan de ene kant organiseren we van alles om ze betere kansen te geven. Aan de andere kant gaat de reclame alleen maar over ongezonde dingen.’ (Lees ook het Impuls artikel in nr. 9 over commerciële invloeden op de volksgezondheid, red.)
‘Ik vind dat we ons moeten richten op onderzoeken die meer doen dan het huidige optimaliseren.’
Schelto Kruijff
Kruijff: ‘Waarom pakken we dat niet net zo streng aan als sigaretten? Het is onze jeugd, het potentieel van de toekomst. Het is heel normaal dat we zeggen: daar mag je geen reclame voor maken. Ik ben niet voor verbieden, maar je moet gewoon hoge belastingen heffen. En die in een grote pot stoppen waar je preventieprogramma’s mee bekostigt.’
Boonstra: ‘Met gokken is dat al gelukt. Er is nu heel programma tegen verslaving dat door de industrie wordt betaald.’
Kruijff: ‘De schaarste is een kans om door te pakken en keuzes te maken. Door schaarste ontstaat scherpte. Ik vind het goed om zorg niet alleen maar te laten groeien. Zolang je niet de kaasschaaf hanteert, maar echte keuzes maakt. Als je dat niet doet, vult alle extra zorg zich automatisch en dijt het aanbod steeds verder uit. Als je een mri plaatst in een stad zonder mri – laten we zeggen Oldenzaal – dan zijn einde jaar 200 mri’s gemaakt.’
Boonstra: ‘Ik ben het met je eens dat schaarste kan helpen om keuzes te maken. Maar in de psychiatrie van nu zal dat niet meer werken. Daar zie je dat mensen die de hoogste nood hebben niet meer om zorg vragen en zich terugtrekken. Dus daar is gerichtere sturing nodig.’
Hervorming
Passende zorg is geen nieuw thema meer. Je hoort de term steeds vaker en het wemelt van initiatieven. Betekent dit dat de noodzakelijke hervorming op gang is gekomen?
Boonstra: ‘Ik vind van wel. Bij Integraal Zorgakkoord (IZA)-projecten in Friesland rond mentale gezondheid en veerkracht, zie ik inspirerende dingen. Inhoudelijk is er overeenstemming over de noodzaak van een transformatie en dat je ook over je eigen schaduw moet stappen. Het wordt lastiger als het over geld gaat of belangen. Mensen klampen zich heel erg vast aan hun eigen organisatie of vak. Een positieve ontwikkeling is dat er nu veel meer interdisciplinair gebeurt. Dat vind ik ook passen bij passende zorg.’

Schelto Kruijff, oncologisch chirurg bij het UMCG in Groningen.

Kruijff: ‘Als je met elkaar gaat werken aan complexe problemen, zoals duurzaamheid en passende zorg, ga je meer over disciplines heen. Je hebt het dan minder over alledaags gedoe, maar over overkoepelende dingen die echt ergens over gaan. Dat vind ik het leukste van deze thema’s. Zo kom je veel dichter bij de kern van jouw vak.’
Boonstra: ‘Je ziet nog wel terughoudendheid als het gaat om het gesprek over essentiële zorg. Mensen vinden dat moeilijk omdat ze dan moeten toegeven dat ze mogelijk dingen hebben gedaan die niet essentieel zijn.’
Kruijff: ‘Het verdrijven van die schaamte is essentieel. Tijdens corona hebben we gezien dat we interdisciplinair zeer goed strategieën kunnen ontwikkelen om minder zorg te leveren en flexibeler om te gaan met wie welke zorg levert. Je zag gewoon hoe veerkrachtig het systeem is. Er ontstonden allerlei passende zorgoplossingen. Daaruit blijkt: wij staan in contact met de context. Wij kijken echt wel buiten wat er aan de hand is. Wij dokters zijn maatschappelijker geworden. We hebben thema’s zoals duurzaamheid naar binnen gehaald. Dat vind ik heel hoopgevend.’
Boonstra: ‘De zorgprofessional van nu haalt de maatschappij veel meer binnen én treedt meer naar buiten. Dat gebeurt ook in de psychiatrie. Voorheen waren wij meer naar binnen gericht en nu werken we meer met maatschappelijke partners samen. Ook in onze advisering kijken we meer naar de maatschappij. Zo adviseren we patiënten vaker om te blijven werken. Ook werken we meer samen met familie.’
‘Je wilt dat passende zorg niet alleen over optimalisatie gaat, maar ook over transformatie.’
Nynke Boonstra
Kruijff: ‘Ik denk wel dat we nog maar een eerste stap zetten in de enorme hervorming die nodig is. Veel van de huidige passende zorginitiatieven redeneren vanuit een optimalisatie van de zorg. We vragen ons af: moeten we nog wel dingen doen die niet beslist hoeven? Ja, duh, natuurlijk moeten we niet meer dingen doen die niet hoeven, want we hebben een triple vergrijzing en een klimaatprobleem. Maar we moeten nog veel meer out of the box denken en handelen. Met passende zorg zoals we dat nu opvatten, winnen we misschien twee tot drie procent capaciteit terug. Maar dan is het nog maar begonnen.’
Gezondheidsknallers
Onderzoek kan helpen om te komen tot passender zorg. De vraag is echter welk onderzoek je zou moeten doen.
Kruijff: ‘Ik vind dat we ons moeten richten op onderzoeken die meer doen dan het huidige optimaliseren. Huisarts Steven van de Vijver vertelde tijdens mijn boekpresentatie over hoe ze in Finland astma tegengaan door schoolkinderen in de aarde te laten wroeten. Dit heeft geleid tot een daling van 20 naar 2,5 procent patiënten met moeilijk beheersbare astma. Nou dat zet zoden aan de dijk. Ik zou onderzoek willen zien hoe je op deze manier zorg kunt voorkomen en geld besparen.’
Boonstra: ‘Ik denk dat het goed is om ons ook te richten op out of the box-zorgstrategieën voor meer passende zorg. Daarvoor denk ik dat we ver buiten de muren moeten kijken. Een interessante vraag in de psychiatrie is: hoe kunnen we meer kijken naar samenwerken met mensen in het hele ecosysteem, dus niet alleen naar degenen die zorg leveren, zoals naasten en mensen in de wijk? En: hoe kunnen we de rol van de ggz-professional kleiner maken?’
Kruijff: ‘We moeten in de keuze van onderzoek meer gaan sturen op onze gezondheidsknallers. Waar halen wij nu de meeste gezondheidswinst? En dat kan volgens mij zowel in de psychiatrie als in de somatische zorg.’
Boonstra: ‘Je wilt dat passende zorg niet alleen over optimalisatie gaat, maar ook over transformatie. Dat laatste woord staat ook in de tekst van ons ZonMw-programma. Laten we dat dus niet vergeten.’ ←

Dialoog
Nynke Boonstra en Schelto Kruijff
‘Passende zorg is eerste stap naar een enorme hervorming’

Het is een illusie dat de zorg alle kwalen in de samenleving kan genezen. Daar moeten we van af, vinden Nynke Boonstra en Schelto Kruijff. Ze zijn hoopvol dat we de noodzakelijke transitie naar passender zorg gaan maken. ‘De zorgprofessional van nu haalt de maatschappij veel meer binnen én treedt meer naar buiten.’
Tekst: Joost Bijlsma ¦ Fotografie: Sietske Raaijmakers
Nynke Boonstra en Schelto Kruijff weten beiden waar ze het over hebben als ze over hun vak praten. Boonstra is verpleegkundig specialist ggz en directeur zorg bij ggz-organisatie KieN. Zij behandelt met name mensen met psychosegevoeligheid. Kruijff werkt als oncologisch chirurg bij het UMCG in Groningen. In die organisatie jaagt hij daarnaast, als chief green officer, verduurzaming aan (Lees ook de Dialoog hierover in Impuls 9, red.). Hun beide disciplines mogen verschillen, Boonstra en Kruijff delen duidelijk een drijfveer. Ze maken zich zorgen over hoe we in de samenleving met zorg omgaan. Boonstra kan dat ei kwijt in de kerncommissie van het kaderprogrogramma Passende Zorg van ZonMw. Kruijff heeft zich in een recent verschenen boek de vraag gesteld ‘Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk’.
Verspilling
Het kost de twee dialoogpartners weinig tijd op dezelfde golflengte te komen. De noorderlingen draaien niet om de hete brij heen. De gedeelde drijfveer doet de rest.
Kruijff: ‘De basis is gewoon: ik haat verspilling en dus ook overbehandeling. En dat is eigenlijk al sinds ik dokter ben, niet sinds de introductie van het woord passende zorg.’
Boonstra: ‘We verspillen veel. Dan denk ik niet alleen aan materialen en producten, maar ook aan menselijk kapitaal. We doen van alles dubbel. Voor veel dingen in de psychiatrie hoeven we eigenlijk geen professionals in te zetten. Ook kunnen we veel meer voorkomen of mensen zelf, hun naasten of netwerk aan het werk zetten. Ik denk dat daar heel veel winst is te halen. Hetzelfde geldt voor de toenemende medicalisering van de samenleving. Veel eerder dan vroeger vinden we dat professionele zorg nodig is. Heel veel kinderen hebben nu de diagnose ADHD of autisme.’
Kruijff: ‘Herkenbaar. Bij een etentje laatst met goede vrienden bleek dat vier van vijf van hun kinderen aan de Ritalin zitten. Terwijl dit no nonsense types zijn, waarmee ik elk jaar ga wandelen. We spraken toen open over: waar komt dit vandaan? Hoe is het zover gekomen? Een van hen zei dat je ADHD kunt zien in het brein. Ik twijfelde even, maar dat is natuurlijk niet waar.’
Boonstra: ‘Nee, dat is inderdaad niet waar. Jouw voorbeeld laat het belang van passende zorg goed zien. Ook illustreert dit dat we het hier niet alleen over een zorgvraagstuk hebben. Het is misschien wel meer een maatschappelijk vraagstuk. Want de toenemende vraag naar zorg wordt vanuit de samenleving gepusht. Zo zie je vanuit ouders druk om tot een label ADHD te komen. Want dan krijgen hun kinderen meer tijd voor toetsen en mogen langer over hun studie doen. We moeten ons afvragen of we ons zorgsysteem zo niet overbelasten. Want mensen die erg in de war zijn moeten vaak lang wachten op hulp. Ik wil de lichtere problematiek niet bagatelliseren, maar ik denk dat we het verkeerde verhaal vertellen. Dat is het verhaal dat je met een klacht per se naar een hulpverlener moet die het voor je gaat oplossen. Het verhaal moet zijn: het leven is niet altijd makkelijk en maakbaar. Het wordt steeds ingewikkelder met alles wat er kan. En als je daar even niet goed in past, dan moet je dat leren verdragen en kijken hoe jij je aanpast.’
Kruijff: “Er speelt heel veel maatschappelijke context, die onze kinderen naar Ritalin duwt: alles moet snel en de juf houdt niet van onrustige jongens. Het is vreemd dat we verwachten dat de zorg dit oplost. Ik zie dat ook in het ziekenhuis. Patiënten hopen dat het leven weer precies zo wordt als het was. De zorg wordt gezien als een mystiek systeem met een toverstokje. Mijn vader, ook dokter, dacht nog dat wij artsen van ons voetstuk zouden vallen, omdat patiënten meer kennis kregen en mondiger werden. Daar merk ik niets van. Ik moet echt de hele tijd de verwachtingen bij patiënten temperen.’
Maakbaarheid
Kruijff en Boonstra vinden dat we sterk zijn doorgeschoten in onze zorgvraag. En dat we de verantwoordelijkheid voor gezondheid te veel bij de zorgprofessionals leggen.
Kruijff: ‘Vanwege mijn boek vertel ik nu vaak dat de medische zorg maar 11 procent van de gezondheidsuitkomsten verklaart. De rest hangt af van diverse factoren zoals leefstijl en allerlei omstandigheden. En dat terwijl we wel 110 miljard euro voor ons zorgstelsel betalen en de zorg veel vervuiling veroorzaakt. Je kunt je afvragen of we niet veel te veel doen. In de zorg volgen wij de eed van Hippocrates; we beloven lijden te verminderen. Meer niet. Patiënten blij maken met het verwijderen van een urinesteen kunnen we supergoed. Maar ons instituut is niet bedoeld om alle complexe problemen op te lossen die bijvoorbeeld optreden door een slechte leefstijl of sociale isolatie. Toch krijgen we als dokters steeds vaker te maken met complexe problematiek die hierdoor ontstaat.’

Nynke Boonstra, verpleegkundig specialist ggz en directeur zorg bij ggz-organisatie KieN.
Boonstra: ‘Ook de verwachtingen van de psychiatrie zijn te hoog. Wij hebben heel lang ons best gedaan om echt een medische wetenschap te zijn. Er is veel geïnvesteerd in hersenonderzoek, maar daar is eigenlijk niks uitgekomen. Ondertussen lijkt het beeld te bestaan dat psychische problemen altijd objectief meetbaar zijn, bijvoorbeeld met een scan. Hoewel professionele hulp en soms ook medicatie voor veel mensen waardevol kunnen zijn, ligt een belangrijk deel van herstel vaak ook in het leren omgaan met kwetsbaarheden, het ontwikkelen van veerkracht en het ontdekken van wat voor jou werkt. Het leven is niet maakbaar. De uitdaging is om een balans te vinden tussen professionele ondersteuning en vertrouwen in het eigen vermogen om met moeilijkheden om te gaan.’
Kruijff: ‘Maakbaarheid is eigenlijk één van de meest essentiële woorden, gecombineerd met een soort neoliberalisme, waarbij je met geld en grondstoffen alles oplost. Uiteindelijk keert de wal het schip. Dan zijn het geld en de mensen op.’
Boonstra: ‘Ons economische systeem, en in het bijzonder de marktwerking, stuwt de zorgvraag. Je hoeft maar de social media open te doen en het gaat over testjes. Heb jij dit? Heb jij daar last van? Daar moet je iets aan doen!’
Kruijff: ‘Die zijn zo dus de hele tijd aan het proberen ons meer verslaafd te maken aan zorg.’
Keuzes maken
Met de toenemende schaarste in de zorg is het essentieel om keuzes te maken. Het is echter de vraag of we dat wel durven doen. Vinden Boonstra en Kruijff dat we voldoende doorpakken?
Boonstra: “Niet echt. Wij zijn bijvoorbeeld bezig met allerlei projecten rondom kansrijk opgroeien. Maar op elk bushokje staat ondertussen The New Lemonade, om drankjes met alcohol te promoten. De kinderen willen dat allemaal proberen, al zijn ze dertien. Ik denk dan: wat zijn we aan het doen? Aan de ene kant organiseren we van alles om ze betere kansen te geven. Aan de andere kant gaat de reclame alleen maar over ongezonde dingen.’ (Lees ook het Impuls artikel in nr. 9 over commerciële invloeden op de volksgezondheid, red.)
‘Ik vind dat we ons moeten richten op onderzoeken die meer doen dan het huidige optimaliseren.’
Schelto Kruijff
Kruijff: ‘Waarom pakken we dat niet net zo streng aan als sigaretten? Het is onze jeugd, het potentieel van de toekomst. Het is heel normaal dat we zeggen: daar mag je geen reclame voor maken. Ik ben niet voor verbieden, maar je moet gewoon hoge belastingen heffen. En die in een grote pot stoppen waar je preventieprogramma’s mee bekostigt.’
Boonstra: ‘Met gokken is dat al gelukt. Er is nu heel programma tegen verslaving dat door de industrie wordt betaald.’
Kruijff: ‘De schaarste is een kans om door te pakken en keuzes te maken. Door schaarste ontstaat scherpte. Ik vind het goed om zorg niet alleen maar te laten groeien. Zolang je niet de kaasschaaf hanteert, maar echte keuzes maakt. Als je dat niet doet, vult alle extra zorg zich automatisch en dijt het aanbod steeds verder uit. Als je een mri plaatst in een stad zonder mri – laten we zeggen Oldenzaal – dan zijn einde jaar 200 mri’s gemaakt.’
Boonstra: ‘Ik ben het met je eens dat schaarste kan helpen om keuzes te maken. Maar in de psychiatrie van nu zal dat niet meer werken. Daar zie je dat mensen die de hoogste nood hebben niet meer om zorg vragen en zich terugtrekken. Dus daar is gerichtere sturing nodig.’
Hervorming
Passende zorg is geen nieuw thema meer. Je hoort de term steeds vaker en het wemelt van initiatieven. Betekent dit dat de noodzakelijke hervorming op gang is gekomen?
Boonstra: ‘Ik vind van wel. Bij Integraal Zorgakkoord (IZA)-projecten in Friesland rond mentale gezondheid en veerkracht, zie ik inspirerende dingen. Inhoudelijk is er overeenstemming over de noodzaak van een transformatie en dat je ook over je eigen schaduw moet stappen. Het wordt lastiger als het over geld gaat of belangen. Mensen klampen zich heel erg vast aan hun eigen organisatie of vak. Een positieve ontwikkeling is dat er nu veel meer interdisciplinair gebeurt. Dat vind ik ook passen bij passende zorg.’

Schelto Kruijff, oncologisch chirurg bij het UMCG in Groningen.
Kruijff: ‘Als je met elkaar gaat werken aan complexe problemen, zoals duurzaamheid en passende zorg, ga je meer over disciplines heen. Je hebt het dan minder over alledaags gedoe, maar over overkoepelende dingen die echt ergens over gaan. Dat vind ik het leukste van deze thema’s. Zo kom je veel dichter bij de kern van jouw vak.’
Boonstra: ‘Je ziet nog wel terughoudendheid als het gaat om het gesprek over essentiële zorg. Mensen vinden dat moeilijk omdat ze dan moeten toegeven dat ze mogelijk dingen hebben gedaan die niet essentieel zijn.’
Kruijff: ‘Het verdrijven van die schaamte is essentieel. Tijdens corona hebben we gezien dat we interdisciplinair zeer goed strategieën kunnen ontwikkelen om minder zorg te leveren en flexibeler om te gaan met wie welke zorg levert. Je zag gewoon hoe veerkrachtig het systeem is. Er ontstonden allerlei passende zorgoplossingen. Daaruit blijkt: wij staan in contact met de context. Wij kijken echt wel buiten wat er aan de hand is. Wij dokters zijn maatschappelijker geworden. We hebben thema’s zoals duurzaamheid naar binnen gehaald. Dat vind ik heel hoopgevend.’
Boonstra: ‘De zorgprofessional van nu haalt de maatschappij veel meer binnen én treedt meer naar buiten. Dat gebeurt ook in de psychiatrie. Voorheen waren wij meer naar binnen gericht en nu werken we meer met maatschappelijke partners samen. Ook in onze advisering kijken we meer naar de maatschappij. Zo adviseren we patiënten vaker om te blijven werken. Ook werken we meer samen met familie.’
‘Je wilt dat passende zorg niet alleen over optimalisatie gaat, maar ook over transformatie.’
Nynke Boonstra
Kruijff: ‘Ik denk wel dat we nog maar een eerste stap zetten in de enorme hervorming die nodig is. Veel van de huidige passende zorginitiatieven redeneren vanuit een optimalisatie van de zorg. We vragen ons af: moeten we nog wel dingen doen die niet beslist hoeven? Ja, duh, natuurlijk moeten we niet meer dingen doen die niet hoeven, want we hebben een triple vergrijzing en een klimaatprobleem. Maar we moeten nog veel meer out of the box denken en handelen. Met passende zorg zoals we dat nu opvatten, winnen we misschien twee tot drie procent capaciteit terug. Maar dan is het nog maar begonnen.’
Gezondheidsknallers
Onderzoek kan helpen om te komen tot passender zorg. De vraag is echter welk onderzoek je zou moeten doen.
Kruijff: ‘Ik vind dat we ons moeten richten op onderzoeken die meer doen dan het huidige optimaliseren. Huisarts Steven van de Vijver vertelde tijdens mijn boekpresentatie over hoe ze in Finland astma tegengaan door schoolkinderen in de aarde te laten wroeten. Dit heeft geleid tot een daling van 20 naar 2,5 procent patiënten met moeilijk beheersbare astma. Nou dat zet zoden aan de dijk. Ik zou onderzoek willen zien hoe je op deze manier zorg kunt voorkomen en geld besparen.’
Boonstra: ‘Ik denk dat het goed is om ons ook te richten op out of the box-zorgstrategieën voor meer passende zorg. Daarvoor denk ik dat we ver buiten de muren moeten kijken. Een interessante vraag in de psychiatrie is: hoe kunnen we meer kijken naar samenwerken met mensen in het hele ecosysteem, dus niet alleen naar degenen die zorg leveren, zoals naasten en mensen in de wijk? En: hoe kunnen we de rol van de ggz-professional kleiner maken?’
Kruijff: ‘We moeten in de keuze van onderzoek meer gaan sturen op onze gezondheidsknallers. Waar halen wij nu de meeste gezondheidswinst? En dat kan volgens mij zowel in de psychiatrie als in de somatische zorg.’
Boonstra: ‘Je wilt dat passende zorg niet alleen over optimalisatie gaat, maar ook over transformatie. Dat laatste woord staat ook in de tekst van ons ZonMw-programma. Laten we dat dus niet vergeten.’ ←
Lees hier meer over het ZonMw-kaderprogramma Passende Zorg.
Eindrapport over inzet schaarse zorgcapaciteit
Dat door schaarste scherpte ontstaat, blijkt ook uit het eindrapport van het grootschalige landelijk onderzoeksproject COVID-Surg-III, dat Schelto Kruijf op 1 juni 2026 aanbood aan het ministerie van VWS. Het onderzoek biedt waardevolle inzichten over de inzet van schaarse zorgcapaciteit, die om tijdige maatschappelijke en beleidsmatige keuzes vragen. ‘Die discussie moeten we niet pas voeren tijdens een crisis, maar juist nu. Onze conclusie is dat we verbetering van kwaliteit van leven net zo belangrijk zouden moeten maken als levensverlenging. Het gaat echt over passende zorg.’
Lees meer over het onderzoeksproject COVID-Surg-III en het eindrapport.